Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

Meteen na de finish dacht ik: nu weet ik hoe het moet

Naam: Olga Commandeur
Geboren: 1958 in IJmuiden
Woonplaats: Amstelveen
Beroep: Na haar atletiekcarrière werd ze docente lichamelijke opvoeding en richtte ze het bedrijf Olga Commandeur Promotions op. Al meer dan twintig jaar verzorgt ze (sinds 2004 met Duco Bauwens) het MAX-programma ‘Nederland in Beweging’.

Tot twee keer toe heb ik vanwege blessures de Olympische Spelen gemist, die van 1976 en 1980. Nadat ik in 1975 als zeventienjarige het jeugdwereldrecord op de 800 meter had verbeterd, werd ik geselecteerd voor de Olympische Spelen. Helaas raakte ik in de winter ernstig geblesseerd, waardoor ik moest afhaken. In 1980 stopte ik mijn opleiding voor een jaar en richtte ik me volledig op atletiek. Ik zou in Moskou meedoen op de meerkamp, maar toen scheurde ik tijdens de voorbereiding mijn enkelbanden. Vanwege al dat blessureleed besloot ik eerst mijn opleiding ALO af te maken, die ik in 1983 afrondde. Ik was me ervan bewust dat de Olympische Spelen in 1984 in Los Angeles mijn laatste kans waren. Daarom richtte ik me volledig op de 400 meter horden. Maar ook nu kreeg ik last van blessures, met name aan mijn achillespees, waardoor ik me steeds niet kon kwalificeren. Tijdens de Fanny Blankers-Koen Games van dat jaar was het de laatste moge­lijkheid de limiet te halen. Omdat er geen 400 meter horden dames op het programma stond, hebben ze die speciaal voor mij ingelast. Bij de start voelde ik meteen dat het goed zat, je hebt van die dagen. Met 56.51 haalde ik de limiet en twee weken later zat ik al in Los Angeles. Omdat mijn blessure over was, kon ik twee keer per dag trainen, zonder pijn. Mijn vorm groeide dan ook met de dag. Aan de start bij de eerste serie voelde ik me geweldig. Het stadion zat vol oranje­gekleurde mensen, die mijn naam scandeerden: “Olga, Olga.” Ik kreeg daardoor zo’n stoot adrenaline dat ik uit de startblokken knalde. Zo hard dat ik veel te dicht bij de eerste horde uitkwam en moest inhouden. Bij de tweede horde gebeurde hetzelfde. Hoewel ik de serie won, liep ik naar mijn gevoel een slechte race. Maar omdat ik geen persoonlijke trainer had, kon ik mijn fouten niet bespreken. Het enige wat ik kon bedenken was dat ik in de halve finale nog sneller moest lopen, omdat de tijden uit de andere series beter waren. Dus vertrok ik nog harder en kwam nog dichter bij de eerste horde uit. Ik verspeelde daardoor zo veel kracht, dat ik als zesde eindigde. Het wonderlijke was dat ik meteen na de finish dacht: nu weet ik hoe het moet. Met een hogere frequentie had ik de finale zeker gehaald. Ondanks die teleurstelling was het een onvergetelijke tijd dankzij al die geweldige atleten die ik heb ontmoet. De onderlinge sfeer die er heerste is met niets anders te vergelijken. Ik ben er nog dankbaar voor dat ik het heb mogen meemaken. Helaas zijn tijdens een inbraak een aantal trofeeën gestolen. Maar een voorwerp dat ik nog wel heb, is deze gebronsde spike, waarmee ik mijn eerste Nederlandse record op de 400 meter horden liep.

Deze rubriek gaat over voorwerpen waaraan een bijzondere herinnering of gebeurtenis is verbonden. Een voorwerp dat altijd een plekje in iemands hart én huis zal behouden. Heeft u ook een mooi verhaal? Laat het ons weten via redactie@maxmagazine.nl o.v.v. ‘Dit gooi ik nooit weg’.

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren