Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

‘Hier droomde ik als kind van’

Chris van der Vliet (59) beheert de meer dan vierhonderd jaar oude eendenkooi ’t Zand. Hij vangt de eenden nog altijd op dezelfde manier. Maar er is één verschil: Chris doodt de vogels niet, maar ringt ze voor onderzoek.

Een leigrijze lucht. Regen druipt langs de kale, hoge stammen. Vastberaden stapt kooiker Chris van der Vliet over de zompige modderpaden en doorweekte, roestkleurige bladeren. Het mistroostige winterweer deert hem niet, net zomin als zijn eenden zich daar iets van aantrekken. Zij houden zich schuil achter de rieten schermen en houtsingels van eendenkooi ’t Zand. Het bosje onderbreekt al sinds 1614 het strak belijnde bollenlandschap, net onder Den Helder. ‘s Nachts zoeken zilverreigers er in de hoge esdoorns of berken een rustig onderkomen om te slapen. Rust gegarandeerd, want de omgeving rondom de beschutte kooi is een stiltegebied. In een straal 752 meter is het volgens het zogenoemde afpalingsrecht verboden om lawaai te maken. Daar ziet Chris nauwlettend op toe.

TAMME EENDEN LOKKEN DE WILDE
Steeds spreekt hij op fl uistertoon om de eenden niet te storen. Kooikerhondje Gijs draaft geestdriftig achter hem aan. De witte pluimstaart zwiept heen en weer. Chris tuurt door één van de kieren in het rietscherm. Argeloos dobbert een handvol eenden op het spiegelgladde water. “Er zitten nu geen wilde bij”, constateert hij. “Die zie je rechtop met uitgestrekte nek om zich heen kijken van: waar ben ik?” Maar even later signaleert hij toch een krakeend. “Die herken je aan de witte vlekjes. Ik heb er nooit een gevangen, want ze zijn te schuw om door de vangpijp te gaan.” Voor tamme eenden is de plas een vaste verblijfsplaats. Zij broeden er, al dan niet in rieten broedmandjes, en worden gevoerd met tarwe. “De bedoeling is dat deze ‘staleenden’ eendensoorten als de krakeend, de wilde eend, de wintertaling, de smient en de pijlstaart aantrekken”, vertelt Chris.

HET HONDJE MAAKT ZE NIEUWSGIERIG
Met zijn wijsvinger spoort hij Gijs aan om tussen de rietschermen door te lopen. Zigzaggend volgt het kooikerhondje zijn voorbeeld. Zelf blijft Chris uit zicht. Gijs prikkelt de eenden om achter hem aan te gaan. Als ze naar het einde van de vangpijp zijn gelokt, loopt Chris terug naar het begin van de pijp. Hij blijft achter de schermen, zodat de eenden hem niet zien. Onverwachts springt hij tevoorschijn. De vogels schrikken en vliegen van hem af naar het uiteinde van de vangpijp. “Ze duiken nog verder de pijp in, waarna ik het valluik kan sluiten. Hier komt de uitdrukking ‘de pijp uitgaan’ vandaan”, vertelt Chris. “Vroeger draaide de kooiker de eend de nek om hem voor consumptie te verkopen. In sommige vangkooien met vergunning gebeurt dat nog steeds. Ik doe dat niet.”

‘ZE TREKKEN HEEL EUROPA DOOR’
Chris vangt de eenden uitsluitend om ze te ringen. Van elke wilde eend noteert hij het gewicht en de lengte van de vleugels en de kop. Daarna voorziet hij deze van een ring en laat het dier weer los. “De meetgegevens stuur ik voor onderzoek naar het vogeltrekstation in Arnhem. Regelmatig krijg ik terugmeldingen van eenden die ik ving. Zo is een wintertaling in het noorden van Siberië teruggevonden. Een andere wilde eend broedt iedere zomer in een park in Helsinki. Er is er ook een bergeend die elk voorjaar komt broeden en daarna terugkeert naar zijn vaste stek in Antwerpen. Verder krijg ik regelmatig meldingen vanuit Noord-Frankrijk en Italië. Deze eenden hebben het er niet levend afgebracht en zijn geschoten voor consumptie.”

‘SPANNEND, DAT VANGEN’
Chris oogt als een doorgewinterde kooiker, maar er was een tijd dat hij zijn dagen sleet als ICT’er bij Defensie. “Daar vloog ik soms bijna tegen de ramen op, zo graag wilde ik naar buiten. Mijn hele leven lang voel ik me al aangetrokken tot de natuur en dieren. Toen in 2010 een vacature tegenkwam voor boswachter bij Landschap Noord-Holland, greep ik mijn kans en heb meteen gesolliciteerd.” Sindsdien beheert Chris met drie collega’s de natuurgebieden boven Alkmaar en Hoorn. Achter zijn dienstwoning aan de Korte Bosweg in ‘t Zand bevindt zich zijn lieveling: de eendenkooi. “Met een groep van zes vrijwilligers onderhouden we het bos, doen houtbeheer, maken zelf rietschermen en voeren dagelijks de eenden.” Het vangen en ringen is alleen voor Chris weggelegd, omdat hij daarvoor een vergunning heeft. “De spanning van het vangen is leuk. Je bent toch benieuwd of er weer wat nieuws bij zit.”

IN GOEDE HANDEN
Kooikershondje Gijs heeft zijn werk vandaag goed gedaan. Een wilde eend met een glanzende groene kop is in de vangpijp gezwommen. Al gauw heeft Chris hem te pakken. Behoedzaam sluit hij zijn handen om de warme romp. De vogel is opvallend kalm. “Hij is in goede handen, hè”, zegt Chris. “Maar zo rustig zijn ze niet altijd, hoor. Bij het ringen kunnen ze nog fl ink gaan terug naar de plas. fl apperen. Deze eenden hebben veel kracht in de vleugels. Ze wegen rond de 1.200 gram en moeten wel de lucht in zien te komen.” Toch houdt dit wilde mannetje zich gedeisd. Bedaard wacht hij af tot Chris hem gewogen en opgemeten heeft, alsof hij weet dat hij niet als cuisse de canard zal eindigen. Op het erf laat Chris hem even later los, tot dolle vreugde van Gijs, die opgewonden heen en weer rent. Luid klapperend vliegt de eend weg en draait met een snoeverige bocht de lucht in. Chris kijkt zijn sierlijke vleugelslagen na tot hij nog maar een zwart stipje is, maar hij weet: die gaat waarschijnlijk gewoon weer

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren