Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 085 - 888 1881

Speurders voor het leven

Rechercheurs Dick Steffens (67) en Dick Gosewehr (68) zijn gepensioneerd, maar weten van geen ophouden. Met hart en ziel zetten zij zich nog steeds in voor het ontrafelen van onopgeloste misdrijven. “Het geeft een goed gevoel nabestaanden zekerheid te geven over hun dierbare.”

Dick Gosewehr (68) uit Vledder werkte veertig jaar bij de politie, waarvan dertig als rechercheur. De laatste jaren van zijn carrière was hij actief bij het cold-caseteam Groningen. Nu doet hij belangeloos onderzoek naar cold cases (onopgeloste levensdelicten) en gerechtelijke dwalingen.

Het leek hem een waardevolle taak: de laatste jaren van zijn lange politieloopbaan wijden aan oude, onopgeloste zaken. Daar begon hij vol enthousiasme aan, vastbesloten om de waarheid boven water te krijgen. “Het liep uiteindelijk anders”, zegt hij. “Een cold case oplossen kan op een paar manieren: een gouden tip, een DNA-match of nieuw bewijs. Daar heeft niemand problemen mee. Een andere mogelijkheid is dat je de zaak oplost door het werk van collega’s over te doen en door hen gemaakte fouten te herstellen. Maar daar maak je je niet populair mee. Politiemensen worden niet graag op fouten gewezen.”

Bewijsmateriaal achtergehouden
Zo kwam Dick er tijdens het onderzoek naar een Groningse cold case achter dat in de Schiedammer parkmoord en de Puttense moordzaak ontlastend DNA-bewijsmateriaal was achtergehouden, waardoor onschuldigen veroordeeld waren. “De leiding wilde daar niets mee doen. Het was volgens de korpschef slecht voor het imago van het Nederlands Forensisch Instituut.”

Toen Dick in 2004 een cursus Inleiding Gedragsanalyse deed, viel hij in een volgende verbazing. “We behandelden tijdens die opleiding het boek ‘De bekentenissen van Ina Post’ van dr. Han Israëls. Dat ging over die ouderenverzorgster die in 1987 was veroordeeld voor de moord op een 89-jarige vrouw. In dat boek werd beschreven hoe de verhoorders haar tot een valse bekentenis hadden gebracht. Met die kennis werd echter niets gedaan en dus ben ik zelf met een onderzoek begonnen.”

‘Opgeven wilde ik niet’
De kritiek die Dick ook op andere zaken bleef uiten, leidde ertoe dat hij in 2008 voortijdig vertrok bij de Groningse politie. “Ik heb voor mijn principes veel geld moeten inleveren en zelfs mijn huis moeten verkopen. Maar opgeven wilde ik niet. Voor mij gold de waarheid. Een troost is dat de zaak Ina Post mede dankzij mijn inspanningen leidde tot een herziening. In 2010 werd zij alsnog vrijgesproken.”

Samen met de psycholoog Harrie Timmerman, die om dezelfde reden bij de politie wegging, houdt Dick zich sindsdien bezig met onderzoek naar gerechtelijke dwalingen en cold cases. Ook twee andere moordzaken, een dubbele moord op Bonaire in 2005 en de moord op de Hilversumse platenproducer Bart van der Laar in 1981, leidden na hun grondige onderzoek tot een herziening. De onschuldig veroordeelde verdachten werden uiteindelijk vrijgesproken.

Alle details napluizen
Dick doet zijn werk voornamelijk vanachter de computer. “Ik krijg een dossier onder ogen en analyseer dat tot in detail. Desgewenst vraag ik meer informatie op bij de familie of de advocaat. Al gauw zie ik dat er dingen niet goed zijn gegaan. Daar hoef je niet buitengewoon begaafd voor te zijn. Als je bijvoorbeeld het dossier van de Arnhemmer villamoord bekijkt, zie je meteen dat er veel fouten zijn gemaakt. Het verbaast me dat niemand anders die ooit heeft opgemerkt.”

Dick doet zijn werk belangeloos. “Mensen die twijfelen aan een zaak, hebben niet altijd genoeg geld om een goede advocaat in te schakelen. Wat rest is klagen bij politie of justitie, maar dan kun je net zo goed tegen een muur praten. Zij kunnen bij mij aankloppen om er opnieuw naar te kijken. Ik voorzie daardoor in een behoefte. Bovendien vind ik het nog steeds prettig en dankbaar werk.”

‘Ik wist dat het moord moest zijn’
Naast cold cases onderzoekt Dick ook oude vermissingszaken, zoals die van de vermiste Joanne Noordink uit Aalten. De politie concludeerde dat zij zelfmoord zou hebben gepleegd en dat ze haar binnenkort wel ergens zouden vinden. “Na het lezen van het dossier had ik meteen het idee dat het moord moest zijn en dat de verdachte een bekende van haar was. Uiteindelijk is deze zaak heropend en als misdrijf onderzocht. Het lichaam van de vrouw werd gevonden en de dader aangehouden. Het was inderdaad een bekende van haar. Een honderd procent score. Dat geeft een enorme kick. Niet voor mezelf, maar voor de nabestaanden. Die kunnen hun dierbare een fatsoenlijke begrafenis geven en weten wat er gebeurd is. Daar haal ik veel voldoening uit.”

Meer informatie op de website waarheidsvinding.com en in het boek – ‘Moordsporen – op zoek naar de waarheid achter cold cases’ van Jolande de Graaf en Dick Gosewehr, uitgegeven door Just Publishers.

Dick Steffens (67) werkte jarenlang bij de Amsterdamse politie en begon daarna zijn eigen recherchebureau. Als rechercheur moest hij over ijzersterke zenuwen beschikken. Hij was één van de eerste infiltranten in Nederland en begaf zich in zwaar criminele milieus. Op 18 november 1983 overhandigde hij koelbloedig het losgeld aan de Heineken-ontvoerders.

Dick kreeg het avontuur waar hij als achttienjarige jongen uit Steenwijk naar op zoek was: hij vond een baan bij de Amsterdamse politie. Als leerling-rechercheur werkte hij een klein jaar op het roemruchte Bureau Warmoesstraat, waar ook Appie Baantjer rechercheur was. “Daarna kwam ik terecht op het hoofdbureau aan de Elandsgracht als rechercheur bij de afdeling Falsificaten en fraude en de Criminele Inlichtingendienst.”

‘Die crimineel herkende me’
In 1978 werd Dick voor het eerst ingezet als infiltrant. “Ik had een tap lopen op een crimineel, die met vals geld bezig was. Ineens werd ook heroïne aangeboden. Twee dagen later zou die drugsdeal plaatsvinden op het Amstelstation. Daar moest een undercoveragent naartoe. ‘Wil jij het doen? Of durf je niet?’, vroeg mijn chef. Bang was ik niet, maar spannend vond ik het wel. Rondom het station stond een observatieteam klaar voor de arrestatie, maar we hadden destijds nog geen geavanceerde communicatiemiddelen zoals nu. Het infiltratiewerk stond in de kinderschoenen. Toen ik de crimineel ontmoette, zei hij dat hij me ergens van kende. Hij had me weleens op Bureau Leidseplein gezien. Ik schrok, maar liet niks merken: ‘Dat kan niet, ik heb daar nooit vastgezeten.’ Zo is het begonnen. Ik bleek er geschikt voor. De rest van mijn tijd bij de politie ben ik infiltrant geweest.”

‘Het gaat om een miljardenhandel’
Na zijn loopbaan bij de politie begon Dick zijn eigen internationaal recherchebureau Interludium in Apeldoorn, gespecialiseerd in het opsporen van fraude, namaakschoenen, -kleding en -parfums, nepmedicijnen en -sigaretten. “Daar zitten grote criminele organisaties achter. Het gaat om een miljardenhandel. Bedrijven huren mij in om deze namaakspullen te traceren.”

Dick kan zijn ervaring als infiltrant en politieman goed gebruiken bij dit werk. Bovendien heeft hij een groot netwerk en goede contacten met oud-politiemensen in binnen-en buitenland. “We werken veel met het volgen van geldstromen en diepgaand digitaal onderzoek. Zodra ik op het spoor van een illegale partij stuit, speel ik de informatie door aan mijn opdrachtgever. Die schakelt de politie
in, zodat de container met nepspullen kan worden onderschept. Op deze manier hebben we al meer dan een miljoen namaakschoenen uit de markt kunnen halen.”

‘Politieonderzoek start soms te laat’
Dick houdt zich daarnaast bezig met het onderzoeken van onopgeloste vermissingszaken in het buitenland. “Nabestaanden vragen mij regelmatig om opnieuw naar een politieonderzoek te kijken. Soms blijken in zo’n onderzoek fouten te zijn gemaakt, omdat er niet snel genoeg gehandeld is. De eerste 48 uur zijn bij een vermissing cruciaal. Maar als het om een meerderjarige gaat, komt de politie niet meteen in actie. Iemand kan immers ook vrijwillig vertrokken zijn. Dat gebrek aan snelheid kan ertoe leiden dat een onderzoek niet grondig genoeg is gedaan.”

Steffens onderzocht onder meer de vermissing van Frank Kater, die in 2014 verdween in Zuid-Afrika. “Samen met mijn vrouw, die meewerkt in het bedrijf, reisde ik af naar Kaapstad om Frank te zoeken. Twee weken lang zijn we veertien uur per dag bezig geweest met flyeren, mensen spreken, bars bezoeken. Helaas hebben we hem niet gevonden. Je wilt zo’n zaak natuurlijk het liefst oplossen, maar dat lukt niet altijd.”

Nabestaanden zekerheid bieden
Dick blijft voorlopig dag in dag uit onderzoek doen. “Ik vind dit werk nog steeds erg leuk. Niet alleen het rechercheren, maar ook het contact met mensen. Het geeft een goed gevoel om ze te helpen en om nabestaanden zekerheid over hun dierbare te kunnen geven.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren