Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 085 - 888 1881

‘De oorlogs- herinneringen laten mij niet los’

De nieuwe Shirley Temple werd ze genoemd. Maar het leven liep anders voor Tosca Willemse (90). Als veertienjarig meisje kwam ze er alleen voor te staan in de oorlog. Haar moeder had onderduikers in huis. Zij werden verraden, waarna haar moeder naar concentratiekamp Ravensbrück werd gedeporteerd. Een aangrijpend levensverhaal vol herinneringen die haar nu meer achtervolgen dan ooit.

Amper tien jaar oud stond Tosca Willemse met haar Joodse vader, de bekende operazanger Sidney Samson Cauveren, op het podium. Vergeelde affiches getuigen van glansrijke optredens van ‘de nieuwe Shirley Temple’ en haar vader. “Mijn ouders waren allebei operazanger en leidden een reizend artiestenbestaan”, vertelt Tosca. Achteraf bezien waren het de mooiste jaren uit haar jeugd. Daarna werd alles anders.

Het uitzicht leek zo mooi
“Kort voor de oorlog uitbrak, overleed mijn vader- hij was toen al 72 – aan een hartaanval. Voor zijn dood had hij een ander huis voor ons gevonden aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam. Daar gingen mijn moeder, drie broers en ik wonen. Het keek prachtig uit op het Jonas Daniël Meyerplein, waar nu het standbeeld van de Dokwerker staat. Aan dat uitzicht had ik later, toen de oorlog uitbrak, alleen nog afschuwelijke herinneringen.”

Moeder kreeg medelijden
De eerste jaren van de oorlog verliep het leven nog vrij rustig. Tosca ging naar de mulo, haar twee oudere broers naar hun werk en haar verstandelijk gehandicapte broer Sidney leerde op een besloten werkplaats voor schoenmaker. “Totdat op een dag een Joodse mevrouw aan de deur kwam om mijn moeder te vragen of zij bij haar mocht onderduiken. Mijn moeder kreeg medelijden en besloot haar in huis te nemen. Daarna kwamen er nog vier Joodse mensen bij, onder wie de man en zoon van mijn halfzus, een dochter uit het eerdere huwelijk van mijn vader.”

Ingenieuze schuilplaats
“Mijn vader moet destijds voorvoeld hebben dat het mis zou gaan met de Joden, want een vriend van hem had een ingenieuze schuilplaats in ons huis gemaakt. Ervoor stond een groot keukenbuffet, daarachter was een doorgang naar de schuilplek. Natuurlijk bracht dat risico’s met zich mee. Mijn moeder moest vier extra mensen te eten geven. De boodschappen konden niet in één winkel gehaald worden, want wij stonden bekend als gezin met vier kinderen. Mijn jongste broer en ik gingen langs boerderijen om eten te halen. Het was altijd spannend of we de spullen wel veilig thuis zouden krijgen.”

‘Ik kan het gegil nog horen’
Als de dag van gisteren herinnert Tosca zich de grote razzia, waarbij alle Joden uit de buurt werden weggehaald. “Dit heeft mij de rest van mijn leven achtervolgd. Kleine kinderen die met geweerkolven in vrachtauto’s werden gesmeten, alsof ze vuilnis waren. Ik kan het gegil nog horen. De overvalwagens stonden tegenover ons huis op het plein. We zagen alles gebeuren, maar stonden machteloos. Onze onderduikers werden op dat moment nog niet ontdekt.” Op 4 juni 1944 gebeurde dat alsnog. Met veel lawaai werd aangebeld. “Twee mannen van de Sicherheitsdienst wisten dat wij Joden in huis hadden. We waren verraden. Ze liepen regelrecht naar de tweede etage waar de onderduikers zaten. Met getrokken revolver dwongen ze hen eruit te komen. Mijn moeder smeekte of ze mij en mijn broers thuis wilden laten, omdat ze een verstandelijk gehandicapte zoon had. Die zou ‘s middags thuiskomen en een leeg huis vinden. Ze kreeg dat voor elkaar: ik mocht blijven. Samen met de mensen die ze met liefde had willen redden, werd ze naar concentratiekamp Ravensbrück gedeporteerd.”

In één klap volwassen
Tosca moest nog veertien jaar worden, maar werd in één klap volwassen. De zorg voor haar broers en het huis kwam op haar schouders terecht. De hongerwinter diende zich aan. Overal zocht ze naar eten en manieren om warm te blijven. “Ik haalde blokjes hout onder de tramrails vandaan om te stoken. Op het laatst moest ik de kapucijners en boontjes tellen en uitrekenen hoe lang we daar nog mee konden doen.”

Een zielig hoopje mens
Al die tijd wist ze niet wat er met haar moeder was gebeurd. “Op 2 augustus werd ik zestien jaar. Ik had zo gehoopt dat mijn moeder daarbij zou zijn. Een paar dagen na mijn verjaardag hoorde ik dat zij op de lijst van overlevenden stond. Dolgelukkig was ik. Ze bleek met tbc in een ziekenhuis in Lübeck te liggen. Ik ontving een telegram met: ‘Ik leef nog, je moeder’. Een groter cadeau had ik niet kunnen krijgen. Ik wist dat ze met het Rode Kruis naar huis zou worden gebracht. Op een dag zag ik ineens een legerauto van het Rode Kruis de straat in rijden. Ik vloog de trap af. ‘Mijn moeder!’, schreeuwde ik. Daar lag ze, 48 kilo, een zielig hoopje mens.” Nog steeds schiet Tosca vol als ze zich dat moment voor de geest haalt. “Nu ik ouder ben, komen de herinneringen vaker boven en beleef ik alles opnieuw. Mijn moeder is uiteindelijk 82 jaar geworden, dus ik heb nog lang van haar kunnen genieten.”

Kort na de bevrijding leerde Tosca in een dancing haar man Theo kennen. “We zijn sindsdien bij elkaar gebleven en in 1950 getrouwd. Samen kregen we twee schatten van kinderen.” Drie jaar geleden overleed Theo. “Hij kreeg alzheimer en moest noodgedwongen naar een verpleeghuis. Als ik hem bezocht, hoorde ik hem beneden al roepen: ‘Tos, Tos, haal me uit de gevangenis!’ Hij was heel blij me te zien, maar zodra ik weg was, begon zijn geschreeuw weer. Op een dag heb ik hem mee terug naar huis genomen. De laatste maanden van zijn leven heb ik thuis voor hem gezorgd. Ik kon niet anders: ik hield van hem.”

‘Het is mooi geweest’
Tosca woont nog zelfstandig in Amsterdam, samen met haar hond. “Mijn geest is nog goed, maar fysiek gaat het minder. Ik kan niet meer lopen en heb veel pijn, doordat ik geboren ben met een heupafwijking. Daar ben ik vroeger vaak aan geopereerd; er zit allemaal ijzer in mijn lichaam. ‘Ik had beter een Meccanoset kunnen kopen, dan was ik sneller klaar geweest’, zei mijn man schertsend. Ik kijk terug op een goed leven. Als mijn hond doodgaat, dan vind ik het wel mooi geweest.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren