Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

Herman verloor zijn vrouw aan kanker nog vóórdat ze stierf:‘Hou je nog van me?’

“Tot de dood ons scheidt.” Het zijn vijf ogenschijnlijk makkelijke woorden, maar wat
als de ander zichzelf niet meer is? Herman Delwig (67) uit Oss stelde zichzelf die vraag toen zijn vrouw als gevolg van kanker steeds verder van hem verwijderd raakte. Hij bleef haar trouw. “Maar ik voelde me soms wel verrekte eenzaam.”

Hij hoort het haar nog zeggen: ‘Alsjeblieft Herman, ik wil dood. Ik kan niet meer.’
“Het was alsof een vlijmscherp mes dwars door mijn ziel sneed. Na jarenlang intensief samen knokken tegen die verschrikkelijke kanker was dit het dan. Vol ongeloof keek ik naar de vrouw met wie ik bijna dertig jaar was getrouwd en die me drie zonen had geschonken. Van de betoverende, levenslustige verschijning voor wie ik ooit als een blok was gevallen, was weinig meer over. Met dank aan de chemokuren die ze de afgelopen tijd had gehad. Toch begreep ik haar smeekbede maar al te goed. Van lesgeven was geen sprake meer, terwijl dat haar lust en haar leven was geweest. En al lichtte ze op bij ieder familie- of vriendenbezoekje, uitzicht op verbetering was er niet. Irma wilde voortleven, maar was aan het overleven.”

Het begin van het eind
“Het begon allemaal met een knobbeltje in haar rechterborst. Van de ene op de andere dag verruilden we onze cappuccino in de stad voor de automaatkoffie in het ziekenhuis. Het abces bleek zo groot als een mandarijn en verkleefd aan haar borstspier, waardoor een borstsparende operatie geen optie was. Toch hadden we goede hoop, want er waren toen nog geen uitzaaiingen. Na verloop van tijd kreeg Irma een onverklaarbare pijn in haar nek en haar rug. De artsen deden het af als een bijverschijnsel, maar intuïtief wisten we beiden: dit is niet oké. Na herhaaldelijk aandringen werd er opnieuw onderzoek gedaan. En nog een keer. Een slopende procedure waarbij het lange wachten tussendoor ons langzaam opbrak, totdat we te horen kregen dat de kanker ook in haar botten zat: Irma was ongeneeslijk ziek. Ik viel flauw toen ik het nieuws hoorde.”

Samen maar toch alleen
“Irma is altijd een binnenvetter geweest. Wat dat betreft verschilden we dag en nacht. Gedurende haar ziekte trok ze zich dan ook steeds verder terug. De momenten waarop ze zwijgzaam op de bank naast me zat, waren het moeilijkst; zo dichtbij en toch zo ver van elkaar verwijderd. Misschien had ik destijds vaker moeten doorvragen of wat meer moeten pushen, maar dat is achteraf. Daarbij was de verwijdering tussen ons al ontstaan vóórdat de kanker ons leven overhoophaalde. Na drie zwangerschappen was Irma’s lichaam niet meer hetzelfde. Vooral de extra kilo’s rondom haar middel stoorden haar enorm. Het was de afkeer van haar lijf die fysiek contact tussen ons in de weg stond. Aanvankelijk vulden we dat gemis op met materiële en sociale zaken, maar haar ziekte maakte daar radicaal een eind aan. En dat terwijl het verlangen naar nabijheid juist steeds groter werd.”

‘Hou je nog van me?’
“Op het eind stelde Irma me die vraag steeds vaker. Ze was bang om ‘ons’ te verliezen. Iets wat voor mij ondenkbaar was. Irma was mijn levensmaatje, mijn vrouw, mijn alles. Ik hield in alle opzichten van haar, in voor- en tegenspoed. Om die reden was ik dan ook vastberaden haar tot het eind trouw te blijven. Maar eerlijk is eerlijk, dat was soms verrekte lastig, want de genegenheid waar ik zo naar hunkerde, was buitenshuis echt wel te vinden. Wat dat betreft herken ik wel iets in Kluuns verhaal ‘Komt een vrouw bij de dokter’, waar ik in het begin van walgde. Ik wilde echter die verleiding voor Irma, mezelf en ons gezin weerstaan en ik ben ongelooflijk dankbaar dat me dat is gelukt. In onze laatste momenten samen kon ik zowel mezelf als Irma recht in de ogen aankijken en vond ik haar weer terug! Met de dood in het vizier verdwenen de muren tussen ons als sneeuw voor de zon en heel even waren we weer intens met elkaar verbonden. Een herinnering die ik koester met heel mijn hart.”

Een nieuw hoofdstuk
“In februari is het twee jaar geleden dat ze is overleden. Sindsdien is het hier akelig stil in huis. Irma was de gangmaker van ons twee. Zij regelde de feestjes en de etentjes. Dat mis ik. Ik mis haar, in alles. Zelfs deze theedoos doet me aan haar denken. Kijk maar, de binnenkant is beschreven met de namen van haar leerlingen… Misschien moet ik de boel maar eens verkopen en verhuizen naar een nieuwe plek, zodat ik letterlijk een nieuwe start kan maken. Al vind ik het tegelijkertijd ook best lastig om dóór te gaan en weer te genieten van het leven. Want: hoe doe je dat nadat het grootst denkbare verdriet heeft plaatsgevonden? Ik weet soms niet eens meer wie ik ben zonder haar. Wat dat betreft is er binnenin mij een verdieping gaande, en dat is even beangstigend als spannend tegelijk.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren