Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 085 - 888 1881

Radioreporter Govert van Brakel: ‘Deze nieuwsfeiten vergeet ik nooit’

In zijn boek ‘Moet je horen…’ schrijft Govert van Brakel over het honderdjarig bestaan van de radio. Hij werkte zelf 42 jaar voor het medium waar zijn hart sinds zijn jeugd voor klopt. “Ik heb altijd een enorme nieuwshonger gehad. Wat dat betreft viel ik als verslaggever en presentator met mijn neus in de boter”, zegt Govert. Welke drie nieuwsfeiten sprongen eruit en hoe beleefde hij die?

AANSLAGEN TWIN TOWERS

“Ik was om halfvijf opgestaan en had voor het ‘Radio 1 Journaal’ een ochtend- en de vroege middag­uitzending gecoverd. Hartstikke moe arriveerde ik thuis, wilde een uurtje gaan slapen, maar opeens: ‘Hilversum calling’. Ze verwachtten me zo snel mogelijk terug in de studio, want de wereld schudde. Tot middernacht heb ik onafgebroken gepresenteerd. Een heleboel politici en deskundigen deden hun zegje. Wat me altijd zal bijblijven, is de reactie van Wim Kok. Onze supercorrecte premier sprak over ‘de heer’ Bin Laden, op dat moment ’s werelds grootste gewetenloze crimineel. Het pleitte overigens voor hem dat hij in zijn ‘systeem’ niet kon bevatten dat er mensen als Bin Laden zijn die zoiets gruwelijks konden aanrichten.

Het mogelijk uitbreken van de Derde Wereldoorlog speelde niet bij mij, in tegenstelling tot tijdens de Cubacrisis in 1962. Amerika’s president John F. Kennedy eiste toen de Russen hun raketten weg te halen, anders zou hij harde maatregelen nemen. Met mijn oor tegen de radio luisterde ik naar de ontwikkelingen. Voor een kinderziel dreigend en spannend tegelijk. Mijn ouders begonnen te hamsteren. Blikken doperwten en bruine bonen. In ons huis in Den Haag hingen flyers van de Bescherming Bevolking. Dat je bij een atoomaanval in de gangkast diende plaats te nemen met een vergiet op je hoofd. Na de crisis hebben we nog geruime tijd voedsel uit blik gegeten.”

ELFSTEDENTOCHT 1985

“Overweldigende ervaring. Met de NOS-équipe zijn we 24 uur in touw geweest. Onze radiocabine aan de Bonkevaart leek op drie breed uitgevallen toiletten naast elkaar. Met hun linkerpink regisseerden Jaap Hofman en Ferry de Groot vijftien lijnen. Het ging nooit mis. De kooi met de deelnemers die na het startschot het duister in renden, zie ik zo voor me. Surrealistisch. Bij de finish stond ik net achter de streep. Het ijs piepte en kraakte. Beangstigend. Het had op een gigantisch drama kunnen uitdraaien. Winnaar Evert van Benthem reed recht in de armen van collega Evert ten Napel. Er kwam geen woord uit. Politie- en veiligheidsmensen moesten hem naar koningin Beatrix brengen. Mij stuurden ze weg. Gelukkig werd ik in Van Benthems gevolg mee geduwd richting vorstin. ‘Wat vond u ervan?’, vroeg ik haar. Beatrix gaf, hoorbaar voor de luisteraars, een klap op mijn microfoon. Je mag haar namelijk niets vragen. En toen zei ik: ‘Dan ga ik naar de koning van het ijs.’ Waarna Evert, inmiddels met lauwerkrans om z’n nek, wat vertelde. Weet je, sporters hoeven in een dergelijke situatie eigenlijk niks te zeggen, als ze maar hoorbaar zijn.”

DE MOORD OP PIM FORTUYN

“Die historische 6 mei 2002 lag ik, na een lange dag werken, te slapen. Rond kwart over zes belde mijn jongste zoon Benjamin me wakker. “Pap, Pim Fortuyn is neergeschoten op het Mediapark”, zei hij opgewonden. Meteen erna een telefoontje van de redactie. In mijn naïviteit reed ik naar het Mediapark, denkend: ik zet mijn auto in de parkeergarage en loop vandaar naar de studio. Bij de voorkant van het Mediapark stuitte ik op een opgewonden mensenmenigte. Woedend schreeuwende Fortuynisten. Dan maar naar de achterkant. Zelfde chaos. Van de politie mocht ik er niet door. Uiteindelijk zette ik mijn auto in de berm. Ik wrong me door de mensenmassa heen. Iedereen was in rep en roer. Pas na veel gedoe liet de agent me het NOS-complex binnen. Vanaf de vijfde verdieping keek ik uit op de plek van de moord, met het afgedekte lichaam van Fortuyn dat daar nog uren heeft gelegen. Vreselijk en onwezenlijk dat een politicus was gedood omwille van zijn gedachtengoed. Maar de tragiek van de gebeurtenis duw je weg. Je draait een knop om en focust op je werk. Hoe erg ook, het is ook mooi  om als een spin in het web de luisteraars op de hoogte te houden. Persoonlijk geeft dat voldoening. Of mijn ouders trots op me waren? Vast, maar ze hebben het nooit rechtstreeks tegen me gezegd, wel tegen anderen. Inmiddels ben ik weg bij de radio. ‘De Perstribune’ van MAX, dat ik acht jaar met veel plezier mede heb gemaakt, was mijn laatste kunstje. Ik mis het niet. Het ‘moeten’ is eraf en het woord is aan nieuwe generaties.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren