Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

Geen zee te hoog

Een zeehaventerminal voor de woeste kust van Costa Rica? Hogere dijken voor de kust van New York? Een nieuw Suezkanaal? Een tweede ‘Panamakanaal’ dwars door de rimboe van Nicaragua? Daar waar de mens de strijd moet aangaan met het water, zijn Nederlandse bedrijven al tientallen jaren de eerste keus.

Afgelopen maand is een consortium met daarin de Nederlandse baggeraars Boskalis en Van Oord in Egypte begonnen met de aanleg van een tweede Suezkanaal. Met dit ‘grootste baggerproject van het decennium’ is een kleine 1,6 miljard euro gemoeid. De druk in tijd is groot: de werkzaamheden moeten al in augustus volgend jaar voltooid zijn. President Al-Sisi wil de verlamde Egyptische economie nieuw leven inblazen. Naast het uitdiepen van het bestaande kanaal zal het nieuwe Suezkanaal over een lengte van 50 kilometer parallel aan het huidige, in 1869 geopende kanaal komen te liggen. Dan kunnen ook grote schepen elkaar in de toekomst vrij passeren. Een klus die moet worden geklaard in minder dan tien maanden, dat is 165 meter kanaal per dag! Onmogelijk? Niet voor de Nederlandse baggeraars.

Een nieuw ‘Panamakanaal’?
Aan de andere kant van de wereld zijn het Neder­landse ingenieursbedrijf Royal Haskoning en het Rotterdamse adviesbureau Ecorys een nóg prestigieuzer graaf- en baggerproject aan het onderzoeken: een tweede ‘Panamakanaal’ dwars door Nicaragua. Kosten: rond de dertig miljard dollar. Voor de Nederlandse baggeraars is Zuid-Amerika bekend gebied: BAM en Van Oord zijn daar druk bezig met de aanleg van een zeehaventerminal voor de kust van Costa Rica. Geen miljardenproject maar met 340 miljoen euro toch een leuk klusje. Voor dat geld zal het Rotterdamse familiebedrijf Van Oord voor de met regelmaat door stormen en typhonen geteisterde Caribische kust zo’n 40 hectare land aanwinnen en een golfbreker van 1,5 kilometer aanleggen. Ondertussen zijn andere baggeraars van Boskalis en Van Oord bezig met de voorbereidingen van de aanleg van een kunstmatig eiland voor de kust van de Indonesische hoofdstad Jakarta. Op het met twintig miljoen kubieke meter zand op te spuiten eiland van circa honderdzestig hectare zullen zowel woningen als bedrijfspanden worden gebouwd.

‘Ook een morele plicht’
Minister Melanie Schultz van Haegen vindt het prima dat onze grote kennis van de Nederlanders op dit gebied commercieel wordt geëxploiteerd: “Natuurlijk mogen Nederlandse bedrijven op dit gebied geld verdienen met hun kennis en kunde. Maar met name op gebied van bescherming tegen het water heeft Nederland ook een morele plicht om andere landen te helpen bij bijvoorbeeld het stijgende water”, vindt de minister. “De waterproblematiek is een van de grootste vraagstukken van de komende tijd. Het ene land kampt met te weinig water, het andere met te veel. Wij weten daar veel van en kunnen dus helpen. Niet alleen omdat het wat oplevert, maar ook omdat het onze maatschappelijke verantwoordelijkheid is’’, stelt de minister. Geld levert het nemen van die verantwoordelijkheid namelijk niet altijd op. Amerika zou onze baggeraars goed kunnen gebruiken bij de bescherming van de fragiele kusten, maar de Amerikaanse wet verbiedt dat. Dus heeft Nederland op dat gebied vooral een adviserende rol.

Niemand durfde Palmeiland aan
En al die ervaring zorgt er ook voor dat we niet alleen kunnen adviseren, maar ook durven pionieren, we pakken projecten aan waar niemand z’n vingers aan durft te branden. Wat dat betreft gaat de Nederlanders geen zee te hoog. De megalomane Palmeilanden voor de kust van Dubai zijn daarvan misschien wel het beste voorbeeld. De wens van de emir van Dubai om voor de kust een reusachtig toeristeneiland aan te leggen in de vorm van een palmboom, leek onhaalbaar, onbetaalbaar en onuitvoerbaar. Van Oord durfde de klus wel aan: voor een prijs van 12 miljard dollar. En zo ontstond met veel Nederlandse lef (en nóg meer oliedollars) Jumeirah: het eerste van drie palmeilanden. Met ontelbare kubieke meters zand werd door de baggerschuiten van Van Oord een schiereiland gecreëerd in de vorm van een palmboom: een stam en zestien takken zodat iedere bewoner op het eiland uitzicht op het water heeft. Het eiland heeft een grootte van 5 bij 5 kilometer, maar door zijn grillige vorm is de kustlijn maar liefst 72 kilometer. Het geheel wordt omringd door een cirkelvormige golfbreker. Alles is kubieke meter voor kubieke meter herwonnen op de vaak onrustige wateren voor Dubai: een technisch hoogstandje zonder weerga. Met de opgedane kennis en ervaring werden later nóg twee palmeilanden gebouwd. Maar Jumeirah is van de drie nog steeds de bekendste. Tot op de dag van vandaag zijn de baggerschepen van Van Oord overigens bezig om ervoor te zorgen dat de zee de eilanden niet terugverovert: de strijd tegen het water houdt nooit op.

De grootste
Voor recordgrote baggerprojecten heb je ook recordgroot materieel nodig: in 2012 werd de superbaggeraar ‘Vox Máxima’ te water gelaten. Met 203 meter lengte en 31 meter breedte het grootste schip dat ooit in Nederland werd gebouwd. Crisis kent de baggerindustrie niet: al jaren wordt daar wereldwijd een stabiele 11 tot 12 miljard euro omgezet. Een bedrag dat voor een belangrijk deel terechtkomt op de bordjes van Nederlandse bedrijven.

 

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren