Jaar in, jaar uit; dezelfde gezichten, dezelfde barbecuegeuren en dezelfde vertrouwde camping rompslomp. Voor veel ouderen is hun vaste seizoensplek geen vakantieplek meer, maar een tweede thuis. Wat houdt hen daar? Zijn het de mensen of is het juist de plek? En hoe hebben ze de camping zien veranderen?
Sinds Gerrie (73) van der Weerd buiten bewustzijn raakte in het vliegtuig, durft ze niet meer te vliegen. Nu trekt ze al meer dan tien jaar met Gerrit (78) hun toercaravan naar de Koeksebelt in Ommen. Een plek waar ze op slag verliefd op raakten en zes maanden lang niets hoeven.
Gerrit lachend: “Alhoewel, voor de kilootjes is het beter als we wat meer bewegen.” Ze kozen destijds bewust voor een toercaravan: veel campings werden opgekocht en ze wilden niet plotseling nergens heen kunnen. Al verplaatst die caravan van maar liefst 7,60 meter zich in de praktijk nergens heen.
Niks hoeven
“Wat wil een mens nog meer?” Gerrit wijst naar het bos dat hij vanuit zijn voortent kan zien. Achter hem kronkelt de rivier de Vecht en op vijf minuten lopen ligt het stadje Ommen. Zijn jeugdliefde Gerrie knikt vanaf haar stretcher. “Ik kijk ieder jaar weer uit naar het moment dat we hier ons koffiezetapparaat met verse bonen neerzetten. Dan zijn we weer thuis.” Ze heeft het prima naar haar zin in hun apparte ment in Nunspeet. Dat is het niet. “Ik organiseer daar veel voor ‘de oudjes’. Dankbaar om te doen, maar hier hoef ik niets.” Ze aarzelt even. “We weten nog steeds niet wat er precies in dat vliegtuig is gebeurd, maar sindsdien kan ik minder prikkels aan.”

Gerrie en Gerrit.
Simpel leven
Ook Gerrit geniet hier van de rust na een druk leven in de transportwereld. “Ik wil geen verplichtingen meer. Om die reden hebben we met de mensen hier op het veld afgesproken dat we de avonden in onze eigen caravan doorbrengen.” Gerrie: “We staan hier met een fijn groepje en we helpen elkaar waar nodig. Maar na het avondeten kruip ik mijn eigen voortent in.” Vaak kijken ze dan het journaal en kletsen de dag van zich af, waarna om kwart voor elf het licht uitgaat. Gerrit lachend: “We hebben hier een heel simpel leven. Heerlijk.”
Weinig veranderd
De camping veranderde de afgelopen jaren be hoorlijk: meer luxe accommodaties, zoals chalets en boomhutten, en flinke investeringen in het zwembad en het sanitair. Of het publiek daardoor veranderde? De twee houden zich er niet zo mee bezig. Op hun veldje veranderde er weinig. Gerrit wijst naar een parkmedewerker met een heggenschaar: “Daar houd ik van. Zo ben ik ook opgegroeid: mijn vader was enorm netjes. Hij waste zijn transportwagens zelfs midden in de nacht.” En ja, hun stek is duurder geworden, maar voor hen nooit meer een andere camping. Gerrit: “We zijn niet zo van die avonturiers, maar hier voelen we ons super.”
Lees meer in MAX Magazine editie 28. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.
Tekst en foto’s: Marie van der Heijden