Op zijn 70ste doet John van Bruck nog altijd wat hij het liefste doet: recherchewerk. Niet meer als politieman, maar als privédetective met een eigen bureau. “Mensen denken meteen aan affaires en vreemdgaan, maar dat is maar een klein deel.”
Foto: Roland J. Reiders
Ik ben begonnen bij de politie in Utrecht en daar zat ik eigenlijk meteen op mijn plek. Het straatwerk vond ik prima, maar wat mij echt trok was het recherchewerk. Speuren, oplossen, nadenken over hoe iets in elkaar zit. Na een jaar of vijf ben ik ook daadwerkelijk bij de recherche terechtgekomen en daar voelde ik me helemaal thuis. Op een gegeven moment veranderde het beleid en moest iedereen weer terug het uniform in, ook mensen die gespecialiseerd waren, en daar kon ik me niet in vinden. Toen heb ik de stap gezet om weg te gaan bij de politie. Met mijn vrouw en bonuszoon startte ik in 2001 recherchebureau QUSO.”
Veel meer dan affaires
“Mensen denken vaak meteen aan affaires en vreemdgaan en dat gebeurt ook, maar dat is echt maar een klein deel. Wij doen vooral veel voor bedrijven. Denk aan interne diefstal, fraude, of werknemers waarvan het gedrag vragen oproept. Ook alimentatieonderzoeken komen regelmatig voor. Uiteindelijk gaat het bijna altijd over menselijk gedrag en vaak ook over geld. Ook leveren we tegenwoordig veel apparatuur, bijvoorbeeld aan senioren die zich thuis veiliger willen voelen.”
‘Het gaat bijna altijd over menselijk gedrag en geld’
Observeren zonder aannames
“Het begint altijd met informatie verzamelen en goed luisteren naar de opdrachtgever. Daarna ga je kijken wat je nodig hebt om de waarheid boven tafel te krijgen. Observatie is vaak een belangrijk onderdeel: je moet echt zien wat er gebeurt, omdat je niet zomaar aannames kunt doen. Ik zeg vaak: de waarheid is altijd positief. Of je nu ontdekt dat iemand fout zit of juist niet, je hebt duidelijkheid en dat is waar mensen voor komen.”
Iemand aan het praten krijgen
“Interviewen vind ik het leukste onderdeel van mijn werk. Je probeert iemand zo ver te krijgen dat hij open wordt. Soms praat je eerst een uur over heel andere dingen voordat je ergens komt, maar als het dan lukt en iemand vertelt zijn verhaal, dan is dat echt mooi. Ik onthoud veel van wat iemand zegt en kan daar later op terugkomen. Ik voel goed aan wanneer iemand iets achterhoudt of niet helemaal eerlijk is. Dat zit in kleine dingen: lichaamstaal, hoe iemand praat. Het belangrijkste is dat je een band opbouwt, want zonder die band krijg je niks.”
Vooral veel geduld
“Het spannende beeld dat mensen over dit vak hebben, klopt niet helemaal. Natuurlijk zijn er spannende momenten, maar het grootste deel van het werk is geduld hebben. Observaties kunnen uren duren. Je zit vaak lang te wachten in een auto of op een plek waar iets moet gebeuren. Het is minder actie dan mensen denken, maar het vraagt wel veel concentratie.”
Tekst: Bas Hakker
Dit artikel staat in MAX Magazine nummer 38. Bent u geen abonnee, maar wilt u iedere week genieten van puzzels, weetjes, interviews en programma-informatie? U kunt hier abonnee worden.