Naar aanleiding van de mooie reacties die lezeres Wilma Jansen kreeg op haar eerste boekje ‘Een andere soort rijkdom‘, stuurde ze ons haar tweede verhaal: ‘Het hart dat niet loslaat’. Het gaat over de beleving van een partner van iemand met dementie. “Ik denk dat dit herkenbaar kan zijn voor veel mensen die in een vergelijkbare situatie zitten.”

Het hart dat niet loslaat

Hoe de liefde en zorg blijven bestaan, maar ook hoe verwarring verlies en herkenning soms dicht bij elkaar komen te liggen. Momenten van houvast maar ook van loslaten.

Door Wilma Jansen.

 

Het begint zo gewoon dat niemand het merkt. “Ach,” zeg je, we vergeten allemaal wel eens wat toch?

Je lacht erom, je maakt het licht.

Een naam die niet meteen komt of de sleutel waar heb ik die ook alweer gelegd?

Je zoekt maar hij is niet te vinden tot dat je het keukenkastje opendoet en zegt kijk ik heb je sleutel gevonden.

Je vertelt er niet bij waar hij lag.

Een verhaal dat nog eens wordt verteld.

“We schrijven het gewoon op,” zeg je dan.

Dat doen we toch allemaal als we ouder worden.

En even lijkt het genoeg.

Maar ergens heel zacht van binnen voel je de aarzeling.

Je kijkt iets langer, luistert iets scherper

Woorden verdwijnen halverwege de zin.

Blikken zoeken

Naar iets dat net buiten bereik ligt.

Het zachte ritme van de ademhaling.

De hand die nog steeds de jouwe raakt.

Alles lijkt hetzelfde en toch is het anders.

Het oude beeld, het vertrouwde.

Glijdt langzaam door je vingers.

Het kleine verschil steekt als een steen in je schoen die je steeds voelt.

Ook al probeer je het te negeren.

Het oude beeld het vertrouwde maar het verdwijnt langzaam door je vingers.

Je begint te merken dat even snel een boodschap al moeite kost het is geen vanzelfsprekendheid meer.

Je denkt vooruit plant en regelt vangt op.

Je wordt moe van het opletten zonder dat je dat door hebt.

Je wordt ongemerkt verzorger, je ogen volgen elke beweging.

En dat.

Is misschien wel het eenzaamste.

Wat er bestaat.

Je zit naast elkaar, zoals altijd maar ergens voel je dat je al een beetje alleen bent.

Je leert nieuwe regels.

Niet meer zomaar even weg.

Niet meer gedachteloos de deur uit.

Altijd even kijken, even wachten even zeker weten.

Soms lukt het.

Soms ben je vooral verzorger.

Soms ben je gewoon moe.

Moe van het opletten.

En toch midden in de vermoeidheid probeer je de kleine momenten van warmte te vinden.

Een glimlach die nog even oplicht.

Een hand die zacht je hand raakt.

Een herinnering die plotseling verschijnt.

Het zijn flintertjes maar geven je kracht om door te gaan.

Om te blijven zien wie er nog is.

Ook al veranderd alles langzaam.

Het is oké dat ik moe ben en toch doe je het.

En toch doe je het niet omdat je sterk bent.

Maar omdat liefde gewoon doorgaat ook als niemand dat ziet.

Je voelt je hart zwaar maar het klopt toch door.

De zorg wordt op een gegeven moment te zwaar om alleen te dragen.

Dan komt het moment dat extra ondersteuning nodig is omdat het niet meer lukt om dit thuis alleen vol te houden.

Opname kan dan een stap zijn om weer de juiste zorg en veiligheid te kunnen bieden.

Zo ontstaat er even ruimte om op adem te komen.

Zowel voor diegene die zorg nodig heeft als voor diegene die altijd klaar heeft gestaan.

In die periode kan er gekeken worden wat er nodig is om weer een goede balans te vinden.

En soms tussen de momenten van zorg en stilte door

Kan er ook weer even gelachen worden.

Een glimt van hoe het vroeger was een heldere herinnering die zomaar boven komt drijven.

Alsof er heel even iets terug keert van wat ooit vanzelfsprekend was.

En dan kan het plotseling omslaan.

Er lijkt iets te kantelen vanbinnen.

Waardoor gedachten en gevoelens ineens een andere richting op gaan.

Soms kan het dan verharden en lijken verwijten te ontstaan die nergens uit voortkomen.

Waarom doe je zo een vraag die pijn doet en verwarring brengt.

En ineens lijkt alles wat vertrouwd was alles wat je dacht te begrijpen uit elkaar te vallen.

Maar je blijft dichtbij in stilte luisterend.

Tastend naar dat ene flintertje van herkenning.

En dan komt het moment van afscheid.

Met een zwaar gevoel gaat hij naar huis.

Daar is het huis de deur gaat open.

Je kijkt rond merkt de kleine dingen op die je vroeger nooit bewust zag.

Het patroon van het zonlicht op de vloer.

De krassen op de houten tafel.

Het zachte gerinkel van de klok.

En het is stil.

Te stil soms.

Je mist de lach van vroeger.

Je mist eigenlijk alles.

Van toen het nog vanzelf ging.

En langzaam wordt het steeds helderder

Dat er geen ommekeer meer is.

Dat dit de weg is die zich ontvouwt.

En toch…

Dans je nog tussen hoop en verdriet.

Tussen herinnering en het nu.

Het doet pijn.

Het steekt.

Je voelt het zachte ritme

Van je eigen hart, en ergens dat kleine sprankje hoop.

Dat er nog iets van herkenning zal blijven bestaan.

Maar diep vanbinnen weet je ook dat wordt steeds minder.

Op een dag lijken ze verder weg dan dichtbij

Alsof ze langzaam uit deze wereld wegdrijven.

En terugglijden naar iets ouds iets kinds.

Iets wat je niet meer kunt volgen.

Je weet met je hoofd.

Dat het een ziekte is.

Je begrijpt het.

Maar je hart begrijpt het anders.

En precies daar wordt het moeilijk.

Je komt thuis.

Met die twee waarheden in je.

De ene die zegt dit is wat het is.

De andere die blijft fluisteren maar ik mis je.

En blijven vasthouden…

Dat doe je als je van iemand houdt.

Dat gaat niet over.

Dat verdwijnt niet omdat het leven verandert

Al wordt het anders.

Al wordt het zwaar.

Al wordt het stil.

Je blijft.

Omdat liefde niet rekent.

Niet meet.

Niet loslaat wanneer het moeilijk wordt.

Hoewel…als je eerlijk bent.

Is het niet voor allebei even zwaar.

Degene met dementie

Glijdt langzaam weg uit het weten.

Uit de tijd.

Uit het besef.

Maar degene die blijft.

Die blijft achter met alles wat er nog wel is.

Met herinneringen die nog scherp zijn.

Met beelden van hoe het was.

Met elke verandering die je ziet gebeuren.

En dat is soms bijna niet te dragen.

Je staat erbij.

En je ziet iemand verdwijnen terwijl die er nog is.

Thuis worden dagen kleiner.

Momenten onzekerder.

Even iets doen, even weggaan.

Even vanzelfsprekend zijn.

Het bestaat niet meer zoals het was.

En ergens weet je

Je kunt dit niet alleen blijven dragen.

Niet omdat je niet wilt.

Maar omdat het te groot wordt voor een mens alleen.

Dus komt er hulp.

Mensen die weten hoe.

Die zacht maar zeker.

Het overnemen waar jij moe wordt.

En dat is geen opgeven.

Dat is erkennen.

Dat liefde ook zorg nodig heeft om te blijven bestaan.

En toch blijf je komen.

Altijd weer.

Soms zit je stil naast een bed.

Soms wordt je naam niet meer genoemd.

Soms wordt er gekeken zonder echt te zien.

En toch blijf jij herkennen wie daar nog is.

Want iemand vroeg eens:

“Word je nog herkend?”

En je glimlachte.

Niet omdat het niet pijn deed.

Maar omdat het niet meer de vraag is.

Je herkent.

Dat is wat blijft.

En misschien is dat wel genoeg.

Want liefde zit niet alleen in herinnerd worden.

Liefde zit in blijven zien.

Blijven komen.

Blijven vasthouden aan wat er nog is.

Hoe klein het ook wordt.

En soms, heel soms.

Als je stil zit en zijn hand of haar hand vastpakt.

Dan is er even niets veranderd.

Geen ziekte.

Geen tijd.

Geen verlies.

Alleen dat ene moment.

En jij.

Die blijft.

Lees ook:
Een ander soort rijkdom: over alleen komen te staan

 

Enthousiast over
MAX Magazine?

Cover Max Magazine editie 24-25

Smartwatch voor Dames en Heren, Lezersprijs € 39,95