Het was eind juli een paar jaar terug. De volgende dag zouden vrienden op bezoek komen. Om rustig van een lome zomerdag en de gezelligheid te kunnen genieten, besloot ik alvast eten voor te bereiden. Na wat gekokkerel stond er een tomatensoep en een vegetarische groentesoep op het fornuis, om langzaam af te koelen. De dag daarna werd knus en vrolijk. We zaten met ons allen op de veranda in de zon. Toen de trek toesloeg en ik de soepen weer wilde verhitten had mijn tomatensoep echter een nieuw uiterlijk. Er lag een dikke blauwe geleiachtige laag op. Even schoot door mijn gedachten om de gelei eraf te schrapen en gewoon op te dienen. Toch maar niet gedaan.

Dog days als taalkundige erfenis

Enfin, het waren de hondsdagen. Tijdens mijn weerpraatjes op de radio had ik nog uitgelegd dat voedsel in deze periode sneller kan bederven. Alleen had ik mijn eigen advies niet opgevolgd. De warmste fase van een gemiddelde Nederlandse zomer zit klimatologisch zo tussen 20 juli en 20 augustus. Dan zijn onze huizen, wateren en bodems op hun warmst. De hondsdagen bestaan als benaming al heel lang. In het Engels zijn het de ‘dog days of summer’ en onze oosterburen hebben het over Hundstage.

Waar komt ‘hondsdagen’ vandaan?

Al in de tijd van de Grieken waren de hondsdagen een begrip, zij hadden het waarschijnlijk uit het Oude Egypte. Destijds was het gekoppeld aan het wederom zichtbaar worden van de ster Sirius in het sterrenbeeld de Grote Hond (Canis Major). Voor de Grieken vond dat plaats in de heetste periode van het jaar. De Romeinen namen deze term ook over en noemden deze periode ‘dies caniculares’. Oftewel: hondsdagen. Deze periode stond gelijk aan hitte en gezondheidsrisico’s. Via de Romeinen, en hun taal (het Latijn) kwam deze term in het Nederlands terecht. Het is een taalkundige erfenis uit de oudheid. Door de langzame verandering van de stand van de aardas ten opzichte van de sterrenhemel, verschijnt Sirius in Griekenland nu wat later dan toen aan de hemel, op 30 of 31 juli. In ons land verschijnt deze ster pas half augustus weer aan de horizon. Dus de term hondsdagen is tegenwoordig helemaal losgezongen van onze sterrenhemel. Het is wel mooi om te zien hoe je de benaming in het buitenland ook nog kunt terugvinden. Een Franse hittegolf is een canicule, en daarmee duidelijk afgeleid van het Latijnse woord voor ‘hond’.

Bederf

Hoewel de kalender nog geen hondsdagen aangaf, hadden we eind juni van dit jaar al wel met dergelijke weerstomstandigheden te maken. Het was niet alleen uitzonderlijk heet, maar ook enorm klam. De relatieve luchtvochtigheid was ’s middags 50 tot 70 procent. Tezamen met temperaturen die grootschalig tussen 36 em 38 graden uitkwaen, was het verzengend. Je eigen lichaam kreeg steeds meer moeite om af te koelen, ondanks het vele zweten. En alles ging stinken. Biobakken, composthopen, tapijten, zolders, et cetera. Alle geur die je maar kunt bedenken, komt vrij tijdens hitte. Ook toen zou mijn tomatensoep waarschijnlijk beschimmeld zijn geraakt. Wat dat betreft is droge hitte veel beter te verstouwen en minder kwetsbaar voor bederf.

Uiteraard heeft heet en vochtig zomerweer nu veel minder impact op ons voedsel dan een eeuw geleden. We beschikken over koelkasten, gekoelde supermarkten en diepvriesinstallaties. Het meeste komt goed. Toch zou ik bepaald gevoelig voedsel tijdens de hondsdagen wat beter in de gaten houden. Denk aan zuivel, fruit en brood.

Meer tips, weetjes, interviews en programma-informatie leest u in MAX Magazine. Bent u nog geen abonnee? U kunt zich hier bij ons aansluiten.

Over de auteur(s)

Grieta Spannenburg

Auteur

Grieta Spannenburg is milieukundige en meteoroloog. Ze is onder andere bezig met de combinatie weer en natuur en schrijft veel, vaak en graag. Voor een aantal regionale radiozenders verzorgt Grieta de weersverwachtingen, waaronder Radio M Utrecht. Afwisselend met Jordi Bloem maakt ze de wekelijkse weerpagina in MAX Magazine.

Enthousiast over
MAX Magazine?

Cover Max Magazine editie 33 en 34

Polo shirt voor heren, Nu 3 voor €30