Veel mensen die vervroegd willen stoppen met werk, willen graag hun pensioenpremie blijven betalen. Het is misschien een logische gedachte, maar het mag niet.
Een dure zaak
Eerder stoppen met werken is een dure zaak. Als je je werk drie jaar voor je pensioen neerlegt, kan je dat een kwart van je pensioen schelen. Het grote verschil ontstaat doordat het pensioenfonds eerder (en dus langer) moet gaan uitbetalen en minder premies ontvangt. Omdat velen dat te gortig vinden, stellen ze hun pensioen uit en nemen de kosten van levensonderhoud voor eigen rekening. Dat kan natuurlijk alleen als er behoorlijk wat spaargeld is. Het overbruggen van drie jaar tot de het ‘officiële’ pensioen, kost al snel 100.000 euro.
Premiebetaling gekoppeld aan werk
Maar zelfs al hoeft het pensioenfonds niet voortijdig uit te keren, dan nog zullen ze niet kunnen accepteren dat je premie blijft betalen. De premiebetaling is wettelijk gekoppeld aan werk en dat laatste is er niet meer, als je stopt. Die wet is ook wel logisch. De pensioenpremie is onbelast en gaat dus af van het brutoloon. Dat is niet meer mogelijk als je geen loon meer ontvangt.
Wel is soms mogelijk (maar zeker niet aantrekkelijk) om op vrijwillige basis premie te blijven betalen. Dan pas wordt echt zichtbaar hoeveel de werkgever elke maand bijdraagt aan het pensioen van zijn personeel. Dat werkgeversdeel is vaak meer dan de helft en soms zelfs 70% van de maandelijkse pensioenpremie. Werknemers die willen stoppen maar hun pensioen toch willen blijven opbouwen, moeten dat deel overnemen. Uiteindelijk krijgen ze wel een hoger pensioen, maar de prijs daarvoor is te hoog.
Hoger belastingtarief
Als je ervoor kiest om je pensioen eerder dan de AOW-leeftijd te laten ingaan, is er nog een tegenvaller. Als je je pensioen pas laat uitkeren ná je AOW-leeftijd, betaal je gemiddeld een lager belastingtarief. Dat is niet het geval als dat voor de AOW-datum gebeurt. Mensen met weinig spaargeld zouden door hun lagere inkomen wel voor toeslagen in aanmerking kunnen komen.
66 jaar en een maand
Volgens het CBS is de gemiddelde pensioenleeftijd 66 jaar en een maand. Dat betekent dat er heel veel mensen eerder stoppen. Maar lang niet allemaal doen ze dat op eigen kosten. De meesten maken gebruik van een prepensioenregeling van de organisatie waar ze werkten. Daardoor wordt de financieel teruggang tot en ook na het pensioen beperkt.
Nederland werkt overigens veel langer door dan vroeger. In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw stopten werknemers gemiddeld al voor hun 60e jaar. In het buitenland is dat soms nog steeds het geval.
Meer tips, weetjes, interviews en programma-informatie leest u in MAX Magazine. Bent u nog geen abonnee? U kunt zich hier bij ons aansluiten.