Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

‘ We wilden ook weleens een vrije zondag’

Frans Kievith (77) kroop op zijn zeventiende tijdens eerste advent voor het eerst achter het orgel van de H.H. Barbara en Antonius aan de Varkensmarkt in Culemborg. Inmiddels is hij al zestig jaar de vaste organist. Hij overweegt weleens te stoppen, maar als het eropaan komt, mist hij zijn orgel toch.

Betoverd door de harmonieuze orgelklanken zit Frans Kievith als kleine jongen tussen zijn opa en oma in de Oud- Katholieke Kerk van Culemborg. Hij tuurt omhoog naar het alwetend oog boven het altaar, met daar- omheen een gouden stralen krans. Frans is overtuigd dat dáár die overweldigende muziek uitkomt. Gefascineerd door de sfeer, de magie van het orgel gaat hij op zondagen graag met zijn groot ouders mee naar de kerk. “Prachtig vond ik het. Op mijn tiende ben ik in deze kerk ook gedoopt. Van mijn ouders mocht ik zelf kiezen welk geloof ik wilde. Dat werd voor mij de Oud- Katholieke Kerk”, vertelt Frans.

NIEMAND ZIET HEM
Een vijftal jaar later zit hij zélf achter het orgel om het kerkgewelf te vullen met imposante klanken. “Ik speelde al jaren accordeon, maar kreeg vanaf mijn veertiende ook orgelles. Eerst op een trap orgel, later in de kerk. Vaak mocht ik na de dienst een stukje spelen of invallen voor de vaste organist. Toen die ermee stopte, vroeg de pastoor mij of ik het wilde gaan doen.” Frans speelt op dat moment ook als accordeonist in het bandje The White Horse Band en brengt populaire dansmuziek van Cliff Richard & The Shadows ten gehore. Toch twijfelt hij geen moment over het voorstel van de pastoor. Niets lijkt hem mooier dan heer en meester te zijn over het orgel. Niemand ziet hem, maar alle kerkbezoekers zullen hem horen en misschien wel net als hij vroeger naar de stralenkrans kijken. De serene koorstemmen verenigen zich met zijn begeleiding. En onder hen is ook Corrie (77), die hij al van kinds af aan uit de kerk kent en met wie hij op zijn twintigste trouwt. Trots hoort zij zijn spel aan.

BLAASBALG ALS DE STROOM UITVALT
Om een volleerd kerkorganist te worden, volgt Frans extra lessen in Utrecht, zodat hij de gezangen tijdens de diensten nog beter kan begeleiden. “Ik speelde niet alleen op zondag, maar ook doordeweeks en op trouwerijen, uitvaarten en speciale diensten. Eerst combineerde ik dat met mijn werk bij pianohandel Hamerling in Geldermalsen. Daar repareerde en stemde ik piano’s en orgels. Later ben ik als postbesteller gaan werken. Mijn baas vond het geen probleem als ik tussendoor soms naar de kerk moest om te spelen.” En zo wisselt Frans zijn postrondes langs de boerderijen in het buitengebied van Culemborg af met de uren achter het vertrouwde Bätz-Witte-orgel uit 1901. Het orgel heeft twee klavieren en een elektromotor die de lucht aanvoert. “Vroeger moesten kerkleden op de blaasbalgen trappen om het orgel aan te drijven. De elektromotor is negentig jaar oud, dus dat was in mijn tijd al niet meer nodig. Wel heb ik eens meegemaakt dat de stroom uitviel en we een koorlid moesten vragen om te trappen.” Twintig jaar lang wonen Frans en Corrie als kosterpaar in de pastorie naast de parochie aan de Varkensmarkt. “Dat was ideaal. Ik liep zo vanuit huis naar de kerk om achter het orgel te schuiven.” Tegenwoordig speelt hij alleen nog op zondag, maar destijds was hij ook geregeld als organist in kerken van Utrecht, Amersfoort of Schoonhoven te vinden. “Ik merkte duidelijke verschillen. In de ene kerk zingen ze bijvoorbeeld langzamer dan in de andere, of juist harder. Ik moest goed luisteren en me daarop aanpassen. Er wordt nu ook veel meer gezongen dan toen ik begon. Voorheen waren er hooguit twee of drie gezangen. Nu speel ik, op de preek en het gebed na, vrijwel de hele dienst op het orgel.”

‘FOUTJE? NEE HOOR’
Eén van de hoogtepunten in de afgelopen zestig jaar was de herinwijding van de kerk nadat die gerestaureerd was. “De hele parochie zat vol mensen. De bisschop was er ook, met drie ‘Het spelen wordt steeds lastiger voor me’ pastoors.” Nee, zenuwachtig was hij niet. “Dat ben ik nooit. Orgelspelen is voor mij inmiddels zoiets als eten. Een tweede natuur.” Al maakt hij heus weleens een foutje, dat doorgaans vooral wordt opgemerkt door zijn vrouw Corrie, die in het koor zingt en de liturgie maakt. “Maar niet alleen Corrie merkt het. Soms zegt iemand tegen me dat ik even iets verkeerd speelde. Dan antwoord ik: ‘Nee hoor, dat is een variatie van me.’”

EINDELIJK EEN INVALLER
Zijn zestigjarig jubileum heeft Frans vanwege corona eind november in kleine kring gevierd. Hij hoopt het in de zomer van 2022 nog een keer goed over te doen. “Ik kreeg wel alvast een prachtige glas-in-lood raamdecoratie met het front van het orgel.” Twintig jaar geleden al kondigde hij aan om wat te gaan minderen. “We wilden vaker een vrije zondag, maar een vervanger vinden was niet eenvoudig, dus ik bleef spelen. Nu maakt neuropathie, een zenuwaandoening, het lastiger voor mij. Mijn benen kan ik bij het spelen niet meer gebruiken en met mijn handen wordt het ook moeilijker. Er is inmiddels wel een invaller, waardoor ik nu nog maar één zondag in de maand speel.”

‘GELUKKIG HEB IK DE SLEUTEL’
Vanwege de coronamaatregelen zijn er al een aantal weken geen kerkdiensten meer. Frans mist hij het orgel toch meer dan hij dacht. “Ik heb thuis wel een keyboard, maar daar vind ik weinig aan. De aanslag is veel minder zwaar dan die van het orgel.” Gelukkig heeft Frans een sleutel van de parochie en kan hij altijd naar binnengaan om te spelen. Op die dagen weerklinken vanachter de kerkmuren vaag de hemelse tonen van het eeuwenoude orgel.

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren