Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

Henk Westbroek en Harrie Jekkers: ‘Je moet nooit vergeten waar je vandaan komt’

Henk Westbroek (69) verwierf als zanger bekendheid als voorman van de jaren 80-band Het Goede Doel met grote hits als ‘België’ en ‘Vriendschap’. Daarnaast maakte hij naam als liedjesschrijver, radiopresentator (‘Denk aan Henk’), televisiepersoonlijkheid, maar was hij ook politicus (Leefbaar Utrecht) en kroegbaas.
De even oude Harrie Jekkers was de zanger van die andere Nederpopgroep: ’t Klein Orkest (‘Over de muur’) en verantwoordelijk voor het officieuze volkslied van de hofstad (‘O, o Den Haag’). Na zijn carrière als leraar Engels, liedjes- en boekenschrijver is hij nu cabaretier met louter uitverkochte zalen. Behalve multitalenten zijn de mannen ook uitgesproken persoonlijkheden.

Het woord duizendpoot lijkt voor jullie allebei uitgevonden.
Henk: “Die staan op uitsterven, las ik vanmorgen in de krant. Ik zelf ook trouwens. Als het meezit heb ik nog vijf jaar. Mijn gezondheid is niet al te best.”

Harrie: “Ik geef mezelf er nog tien, in juli word ik zeventig. Tijd is kostbaarder aan het worden. Ik heb veel verschillende dingen gedaan, maar uiteindelijk ben ik wel iemand die zich toelegt op één ding. Toen ik ophield met ’t Klein Orkest ben ik cabaretier geworden. Mensen die in het theater op een stoeltje zitten en luisteren in plaats van met bier gooien, dat beviel me heel goed. En dat werd ook nog eens een ongelooflijk succes.”

Henk: “Ik heb altijd veel dingen naast elkaar gedaan. Ik ben ongeduldig. Als ik denk dat ik iets intussen wel kan, zoals liedjes schrijven of een radioprogramma presenteren, dan wil ik ook weer iets anders doen. Dan ben ik ineens kroegbaas of zit ik in de politiek. Overigens niet omdat ik denk dat ik het allemaal zo goed kan, helemaal niet. Ik heb niets dan zelftwijfel. Daarom ben ik ook zo goed in bepaalde dingen. Als ik een liedje schrijf, blijf ik eindeloos schaven. Er zijn mensen, ik zal geen namen noemen, die twijfelen nooit en dat hoor je ook terug.”

Hebben jullie van huis uit jullie talenten en creatief genen geërfd?
Harrie: “Haha, nee, wij hadden thuis twee platen, van Johnny Jordaan. Ik ben totaal cultuurloos opgevoed. Mijn moeder had de naaischool gedaan en mijn vader was magazijnbediende bij De Gruyter. Een socialistisch gezin. Wij waren nog het minst penose van de familie; ik had allemaal ooms en tantes die in de bak zaten. De Haagse humor die in mijn voorstellingen zit, heb ik van die lui gepikt. Als mijn tante Bep een hekel aan iemand had zei ze: ‘Als die gozer in de brand vliegt, ga ik erbij staan kijken.’ En als er iemand dood was: ‘Die ligt aan de verkeerde kant van het gras.’ Humor heb ik wél meegekregen. Hoe was het bij jou, Henk?”

Henk: “Wij hadden thuis drie platen. De Selveras, dat was bij ons ongeveer het hoogste. Mijn vader was sociaal-democraat en een beetje communist, hij werkte bij het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf waar met kolen gestookt werd. Mijn vader is gestorven aan een stoflong van het kolengruis. Die mensen hadden niks, wij waren uitgesproken arm. Als op vrijdag de ‘lopers’ langs de deur kwamen om het afbetalingsgeld op te halen, dan moest ik naar de voordeur lopen en zeggen dat ze niet thuis waren. Arm zijn, daar leer je goed van liegen. Is me overigens altijd heel goed van pas gekomen. Presenteren, zingen, een emotie overbrengen is ook de waarheid liegen.”

Zijn jullie gestimuleerd om een beter bestaan te krijgen?
Henk: “Mijn broers en zussen moesten allemaal zo jong mogelijk gaan werken, maar omdat ik boeken las – ik had als bijnaam ‘de professor’ – zeiden ze (zet Utrechts accent op): ‘Jochie, jij moet later met je harses je geld verdienen en niet met je poten.’ Ze waren ontzettend trots dat ik van mijn lagere school de eerste was die naar de hbs ging. Dat gebeurde in die tijd niet. Als je voor een dubbeltje geboren werd, dan werd je geen kwartje. Helaas is bijna mijn hele familie dood. Maar als je niet vergeet waar je vandaan komt, blijf je het altijd voor ze opnemen.”

Harrie: “Dat herken ik allemaal wel een beetje, mijn ouders wilden dat mijn broer en ik het beter zouden krijgen. Ik ging in Groningen Engels studeren, Grieks en Latijn erbij, ik wilde zo veel mogelijk bijleren. Net als jij ben ik ook nooit vergeten waar ik vandaan kom. Sterker nog, ik heb altijd meer gehouden van volkse humor. Die mensen maken zich tenminste niet groter dan ze zijn.”

Missen jullie je ouders nog vaak?
Henk: “Mijn vader en moeder leven allebei nog in mijn hoofd en niet zo’n beetje ook. Om mij een beter leven te gunnen, hebben ze zich kapot gewerkt zodat ik naar de middelbare school en de universiteit kon. Mijn moeder was vouwster van patroonbladen die ze in zelfmaakmodeboekjes moest steken. Na twintig jaar stonden haar handen helemaal krom. Ze waren zo trots op mij. Daarom ben ik ook altijd geneigd geweest om mijn toch wel heel erg slechte eigenschappen als verregaande dronkenschap en het roken van wietjes voor ze verborgen te houden.”

Harrie: “Uiteindelijk doe je altijd alles voor je ouders, voor hun goedkeuring. Ook als ze dood zijn. Als ik vroeger met mijn vader langs de Koninklijke Schouwburg fietste, zei hij: ‘Daar komen wij niet in jongen. De koningin komt daar.’ En nu sta ik er zelf, en elke keer uitverkocht. Dat heeft iets ontroerends. Ik heb daar ook een liedje over geschreven waarin ik mijn vader oproep: ‘Zie je waar ik sta pa, had je dat ooit gedacht?!’”

Hebben jullie ouders het succes nog meegemaakt?
Henk: “Nee, allebei niet, dat vind ik echt verschrikkelijk. Dan hebben ze er allebei alles voor over gehad en er niks voor teruggekregen! Ik snap die popsterren wel die meteen een huis voor hun ouders kopen.”

Harrie: “Mijn ouders hebben gelukkig wel het succes meegekregen. Ook nog toen ik cabaretier werd en meteen na mijn eerste voorstelling de Annie M.G. Schmidtprijs won voor een liedje. Annie reikte hem zelf uit. Mijn ouders zaten in adoratie naar haar te kijken. Annie M.G, dat was net onder de koningin. Dat ik die prijs won, interesseerde me geen reet, je doet het voor hen. Ik heb overigens nog wel voor mijn moeder een huis kunnen kopen.”

Henk: “Mijn ouders hebben nog wel mijn afstuderen meegemaakt, maar op de uitreiking zijn ze niet gekomen, dat durfden ze niet. ‘Daar horen wij niet thuis’, zeiden ze.

Harrie: “We zijn allebei een beetje omhooggevallen uit ons milieu.”

Als je uit een heel andere wereld komt zoals jullie, voel je je dan ooit ergens écht thuis?
Harrie: “In mijn eentje op een theaterpodium staan, dat voelt als mijn plek. Verder niet zoveel. Ik woon soms in Spanje en soms in Nederland. Ik kom uit Den Haag en woon al heel lang in Utrecht, maar ik voel me ook geen Utrechter of Nederlander. Ik heb in 2019 nog een reünietournee gehouden met ’t Klein Orkest, heel leuk, maar ik was blij toen ik daarna weer solo speelde. Ik voel me het meest thuis bij mezelf. Nee, een blijvende relatie is nooit gelukt. Mijn liefdesleven lijkt nog het meest op een repeterende breuk.”

Henk: “Als ik me ergens fijn voel, dan is het toch wel bij mijn familie, maar die zijn dus bijna allemaal dood. En verder ben ik wel een beetje een einzelgänger, die nooit ergens helemaal op zijn plek is.”

Hoe ervaren jullie het ouder worden?
Harrie: “Annie M.G. Schmidt zei: ‘Is niks an.’ Dat heb ik ook. Lichamelijk althans. Je moet een leesbril op, je hebt pijn in je rug… Voor ik het podium opga, moet ik een pijnstiller nemen, als ik gitaar speel zijn mijn handen minder flexibel. Maar geestelijk heeft het ook een aantal voordelen; je weet wat je waard bent, bent minder gevoelig voor kritiek, niet meer zo ambitieus. Maar het omhulsel, dat is een ramp.”

Henk: “Ik vind ouder worden geen feest. Ik heb de pech gehad per toeval een aantal ziektes te hebben opgelopen; tuberculose, legionella en nog wat dingetjes. Dat sloopt je longen. Ik kan niet langer dan een halfuurtje zingen. Maar dat doe ik dan wel beter dan ooit. Dan voel je waar iedereen het over heeft; ouderdom komt met gebreken… Maar mijn geest is nog springlevend. Ik zeg altijd: als je geestesdood wilt worden, dan moet je stoppen met nadenken. Ik vind niets zo erg als mensen die trots zeggen dat ze al vijftig jaar een bepaald standpunt huldigen. Dat vind ik altijd van die zielenpoten.”

Harrie: “Ik zeg altijd: met een standpunt sta je stil.
Je moet wel blijven nadenken.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren