Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

‘Troostmeisjes’: Het ware verhaal

Op 15 augustus herdenken we de slachtoffers van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. Een deel van hen is onderbelicht gebleven. Minstens 70.000 jonge vrouwen werden slachtoffer van dwangprostitutie door Japans legerpersoneel. Met het geld dat deze ‘troostmeisjes’ opbrachten, financierde Japan deels zijn oorlogsvoering. 

Onderzoeksjournalist Griselda Molemans onthult deze schokkende feiten in haar boek ‘Levenslang Oorlog’. Ze begint haar boek met een triest nieuwsfeit: tien jaar lang ligt Betsy de Bruin dood in haar woning in Rotterdam. Op 21 november 2013 wordt haar stoffelijk overschot ontdekt. Niemand heeft haar gemist. Een dag later meldt een dochter zich, zij heeft sinds 1996 geen contact meer met haar moeder. Achter Beppies eenzame dood gaat een aangrijpende geschiedenis schuil. Beppie werd geboren in Semarang, als dochter van een Indo-Europees echtpaar. Op zestienjarige leeftijd werd zij tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië verkracht door een Japanse militair. Beppie raakte zwanger en beviel van een dochter. Zij heeft haar kind door deze gruwelijke gebeurtenis nooit kunnen accepteren.

Hun leven was voorgoed verwoest
Naast verkrachting op grote schaal vond dwangprostitutie plaats, eveneens een oorlogsmisdaad. In Nederlands-Indië zijn hier ten minste 70.000 jonge vrouwen slachtoffer van geworden. ‘Troostmeisjes’ werden zij genoemd; meisjes die het Japanse legerpersoneel ‘troost’ moesten bieden. Een zachtmoedig woord dat op geen enkele manier past bij de verschrikkingen die deze jonge vrouwen ondergingen. Molemans deed tien jaar lang onderzoek naar de slachtoffers van Japanse dwangprostitutie. Ze ontdekte dat dit op veel grotere schaal plaatsvond dan werd aangenomen. Ten onrechte werd bovendien gedacht dat de prostitutie op vrijwillige basis gebeurde. “Zoals er tijdens de Duitse bezetting van Nederland moffenhoeren waren, zo werden de misbruikslachtoffers in Nederlands-Indië simpelweg ‘jappenhoeren’ genoemd. De werkelijkheid was heel anders. Japanse militairen ontvoerden jonge 

vrouwen en dwongen ze tot prostitutie. Dagelijks werden zij door tientallen mannen verkracht. Ze werden geaborteerd of liepen geslachtsziektes op. Die infecties leidden ertoe dat ze uit het bordeel werden gezet, stierven of vermoord werden. Sommige vrouwen pleegden van ellende zelfmoord. Hun leven was voorgoed verwoest. Ze kampten met een levenslang trauma, waardoor zij niet konden werken en er niet in slaagden een liefdesrelatie op te bouwen. Uit schaamte droegen zij hun geheim jarenlang in stilte met zich mee.”

Jacht op jonge meisjes en vrouwen
In een rapport uit 1994 van de Nederlandse regering werd geconcludeerd dat ‘met zekerheid 65 en naar alle waarschijnlijkheid 300 Nederlandse vrouwen slachtoffer zijn geworden van dwangprostitutie op Java en Sumatra.’ “Het leek mij niet aannemelijk dat het misbruik zich alleen op deze twee eilanden heeft afgespeeld. Ik wilde dit tot de bodem uitzoeken.”

Molemans bracht de geschiedenis vanaf de Japanse inval in China in 1932 in kaart en ontdekte dat toen al de basis werd gelegd voor het systeem van dwangprostitutie. “Het was een vast onderdeel van de oorlogsvoering, een vooropgezet plan. Elke inval ging gepaard met duizenden verkrachtingen. Vervolgens werden legerbordelen opgezet in loodsen, kazernes, kerken of tempels. Vanaf het moment dat Borneo als eerste eiland in Nederlands-Indië in januari 1942 werd bezet, werd meteen gejaagd op jonge meisjes en vrouwen.”

Haar onderzoek leidde tot meer opzienbarende bevindingen. Zo volgde Molemans ook het geldspoor van de bordelen. “Het toegangsgeld dat de Japanse militairen moesten betalen, werd afgedragen aan de kassier van het bordeel. De kassiers stortten het geld bij filialen van de leger- en marinebank. Die banken waren speciaal opgericht voor de financiering van de Japanse oorlogsvoering. Duizenden ‘troostmeisjes’ hielpen op deze manier mee met het financieren van de oorlogsvoering van Japan.”

Japan liet excuses achterwege
“Volgens mijn berekeningen zijn er in alle bezette gebieden tenminste 500.000 slachtoffers geweest uit 35 landen. Nederland, Amerika, Australië en Engeland waren direct na de oorlog op de hoogte van de oorlogsmisdaden, maar zwegen omdat zij de handelsbelangen met Japan belangrijker vonden.” Het merendeel van de Nederlandse slachtoffers is inmiddels overleden en kan geen vuist meer maken tegen de houding van de Japanse regering. “Dat dit dertig kabinetten lang zo gegaan is, vind ik dieptriest. 75 jaar vrijheid klinkt voor mij dan ook wrang. Het geldt zeker niet voor al deze vrouwen. Ik hoop met dit boek te bereiken dat alle betrokken landen alsnog hun verantwoordelijkheid nemen en de Japanse regering tot officiële excuses dwingen.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren