Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 085 - 888 1881

Elfstedentochtwinnaar Reinier Paping (88)

De Elfstedentocht van 1963 was de meest extreme uit de geschiedenis. Outsider Reinier Paping, inmiddels 88, troefde iedereen af. De oudste nog levende winnaar van de Tocht der Tochten woont tegenwoordig zelfstandig in Zwolle. “In goede gezondheid oud worden is puur een kwestie van geluk.”

Ik ben de zevende uit een gezin van negen kinderen, van wie vijf zijn gestorven. Op een boerderij in Dedemsvaart groeide ik op. Omdat het halverwege de jaren dertig een slechte tijd voor de boeren was, gooide mijn vader het roer om. Hij begon een textielzaak en daar bleek redelijk geld mee te verdienen. Pa was een strenge man. Luisterde je niet, dan kreeg je een draai om je oren. Mijn zachtaardige moeder, van origine onderwijzeres, regelde het huishouden en de boekhouding. Zij schoor iedereen over één kam, gaf niemand een voorkeursbehandeling. Mijn ouders zagen dat ik van sport hield en moedigden het aan. Ik voetbalde, turnde, tenniste, zwom, fietste en schaatste. De beste zijn, daar draaide het bij mij om.”

Jeen was jaloers
“Door het winnen van die barre Elfstedentocht werd ik opeens beroemd. Tot op de dag van vandaag spreken de mensen me hierover aan. De mooiste herinnering toen ik de finish passeerde, is dat ik in de armen viel van mijn vrouw Joke, mijn vader en drie broers. Van de slotkilometers weet ik weinig meer. Wat ik nooit vergeet: Jeen van den Berg, winnaar in 1954, gunde het me niet. Jaloezie, denk ik. Behalve twee jaarkaarten voor de ijsbaan Deventer en een zilveren sigarettendoos leverde mijn overwinning niets op.”

Stiekeme afspraakjes
“Joke, met wie ik 53 jaar was getrouwd, overleed vijf jaar geleden aan de gevolgen van endeldarmkanker. Ze is 77 geworden. Tijdens een vakantie op Terschelling zei ze vage buikpijn te hebben en die pijn werd steeds erger. Ze was toen al onverklaarbaar veel afgevallen. Onderzoeken in het ziekenhuis wezen uit: ongeneeslijk. Volgens mij vreesde ze de dood, maar we praatten daar nooit over, een soort taboe. Dat hield vermoedelijk verband met haar gereformeerde afkomst. Die afkomst blokkeerde aanvankelijk haar relatie met mij, van katholieke huize. Haar ouders toonden zich niet enthousiast, met het gevolg dat we eerst bijna vier jaar stiekem afspraakjes maakten. Ongelofelijk eigenlijk. Bij onze eerste ontmoeting, in het zwembad van Dedemsvaart waar ik badmeester was, sloeg de vlam direct over. Liefde op het eerste gezicht, van beide kanten.”

Behoed voor foute figuren
“We hadden een geweldig huwelijk. Ruzietjes duurden hooguit vijf minuten. Joke bezat mensenkennis. Ze keek dwars door mensen heen en heeft me, gedurende de lange periode dat ik een sportzaak runde, regelmatig behoed voor het zakelijk in zee gaan met verkeerde mensen. En voor figuren die me probeerden te paaien voor een actie voor het goede doel, maar daar vooral zelf beter van wilden worden. Haar overlijden beschouwde ik ergens als een opluchting. Ik moest haar loslaten; ze was te ziek. Ik ben verdrietig geweest, maar heb niet diep in de put gezeten. Emotioneel wist ik me wonder boven wonder aardig te redden. Geen idee waardoor. Daar bestaat geen recept voor.”

Man van vaste gewoontes
“Ik ben 88, voel me lichamelijk goed en met het koppie is niks mis. Ik vind het leven niet moeilijk. Ook voel ik me niet eenzaam, mede doordat ik een man ben van vaste gewoontes. Om tien over acht sta ik op, om halfelf ga ik naar bed. Via een apparaatje in mijn oor luister ik eerst anderhalf uur naar klassieke muziek. Mozart, Verdi, Wagner. Tegen middernacht val ik in slaap. Vaste prik.”

Zuinig maar niet gierig
“Ik wandel en fiets veel, kook mijn eigen potje. Bij het boodschappen doen houd ik de voordeeltjes scherp in de gaten. In de advertenties van de supermarkten let ik op de koopjes. Als ik lees dat het krentenbrood tijdelijk met dertig procent is verlaagd, stap ik er direct op af. Mijn buurman Jan bracht kortgeleden een haring voor me mee. Ik vroeg wat zo’n visje kostte. Twee euro, antwoordde hij. ‘Verdorie, wat duur’, reageerde ik. Een paar dagen later scoorde ik ergens vijf haringen voor vijf euro. Ik ben zuinig, geef niet onnodig geld uit. Dus ik eet nooit in een restaurant, behalve als ze me uitnodigen en dat gebeurt gelukkig regelmatig. Ik maak deel uit van een fietsclubje. Het gebeurt dat we terechtkomen bij het veerpontje van Genemuiden naar Zwartsluis. Voor een overtocht moet je 85 eurocent betalen. Dat wil ik niet. Ik fiets liever een eindje om. Ik heb zes kleinkinderen. Vanaf hun geboorte krijgen ze op hun verjaardag een envelop met tweehonderd euro. Je kunt dus niet zeggen dat ik gierig ben. Ze moeten beloven dat bedrag op hun bankrekening te storten.”

Honderd worden
“Op mijn leven kijk ik vol voldoening terug. Ik ben trots op mezelf; op wat ik met het schaatsen en als zakenman bereikte. Ik hoop honderd te worden. Ik voel me kiplekker en rijd nog auto, een Amerikaan. Zal ik u naar het station brengen? Kunt u zien hoe ik me door het verkeer begeef.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren