Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 085 - 888 1881

Yvonne’s vader werd opgepakt bij de razzia van Rotterdam

Op 10 en 11 november 1944 vond een grote razzia plaats in Rotterdam, waarbij 52.000 mannen tussen zeventien en veertig jaar oud werden weggevoerd. Piet Ridderhof, de vader van Yvonne van der Kaaij-Ridderhof (61), was één van hen. Op achttienjarige leeftijd werd hij samen met zijn broer Jan naar Duitsland vervoerd om daar als dwangarbeider te werken. Zijn moeder bleef achter; angstig en in onzekerheid. Dochter Yvonne schreef mede aan de hand van unieke documenten een aangrijpend boek over die periode.

Piet Ridderhof sprak niet graag over de oorlog. “Hij vertelde slechts flarden, maar hij raakte daarvan al gauw zo emotioneel dat hij ermee stopte”, zegt zijn dochter Yvonne. Die ene keer dat ze met het gezin een oorlogsfilm mochten kijken, drukte haar moeder haar op het hart geen vragen te stellen. “Dat was te moeilijk voor mijn vader. Wij konden merken dat hij erge dingen in de oorlog had meegemaakt. De Duitse taal boezemde hem afschuw in. Hij was gek op dieren, maar bang voor Duitse herdershonden.
Daar waarschuwde hij ons altijd voor.”

Op 11 november 1944 werd Piet samen met zijn zeven jaar oudere broer Jan opgepakt bij de razzia in Rotterdam om als dwangarbeider voor de Duitsers te werken. “Hij was net achttien jaar. Een jongen nog. We wisten dat hij in een werkkamp in Bremen had gezeten. Hij moest daar voor de Duitse spoorwegen werken. Maar over wat hij in die maanden heeft meegemaakt, heeft hij nooit goed kunnen praten.”

‘Hij heeft zijn broer zelf begraven’

Wel herinnert Yvonne zich nog dat op een dag een doos met herinneringen uit de oorlog op tafel kwam. “Daarin zaten distributiebonnen. Op de bodem lag een stukje stof. Mijn vader vertelde dat dat lapje van het hemd van zijn broer Jan was, die in Duitsland overleed. Het was het enige wat hij nog van hem had.” Later vertelde Piet zijn kinderen mondjesmaat meer over zijn jonggestorven broer Jan. “Vanwege een oorontsteking mocht mijn vader enkele dagen thuisblijven. Jan blesseerde zijn pols toen hij per ongeluk de stenen te hard onder de rails sloeg. ‘Kar in de pols’, noemden ze dat. Toen de Duitsers constateerden dat twee keer een Ridderhof absent was, vermoedden zij sabotage. Oom Jan werd daarop naar een berucht strafkamp gestuurd. Veel mensen kwamen daar niet levend uit of keerden voor het leven getekend terug. Zo verging het mijn oom ook. Mijn vader zag hem later terug en herkende hem nauwelijks nog, zo verzwakt was hij. Hij oogde als een oude man. In het geheim heeft mijn vader hem verzorgd. Enkele dagen erna overleed mijn oom aan difterie. Mijn vader heeft hem zelf begraven.”

‘Zijn eigen leed bleef verborgen’

Die aangrijpende herinnering stopte Piet gedurende zijn leven zo veel mogelijk weg. Na de oorlog nam hij de sigarenwinkel van zijn moeder over. Met zijn vrouw Jo werkte hij keihard in de zaak. “Mijn vader was erg sociaal en hielp mensen bijvoorbeeld met het invullen van formulieren. Hij had altijd een luisterend oor voor andermans sores, maar zijn eigen leed hield hij voor zichzelf. Zelfs mijn moeder wist niet alles.” In de laatste jaren van zijn leven heeft Piet toch wat opgeschreven over de razzia en zijn tijd in Duitsland. “Hij beschrijft dat verhaal vanuit het perspectief van ‘een jongen’. Door in de derde persoon te schrijven, kon hij het verhaal met meer afstand vertellen, want het bleef moeilijk voor hem. Na zijn dood in 2002 – hij werd 76 jaar – heb ik deze herinneringen gebundeld in een boekje voor de kleinkinderen”, vertelt Yvonne.

Hartverscheurende brief

Jaren na het overlijden van haar vader vond zij bij het opruimen in het ouderlijk huis een doos met oude papieren. “Daarin zat een hartverscheurende brief die mijn oma aan mijn vader schreef toen hij in Duitsland verbleef: ‘Oh Piet, kon ik maar weer thuis voor je zorgen, lekker eten voor je maken.’ Ook is erin te lezen dat ze nog wat tabak bijeenkreeg om te verkopen. Ze bestierde in haar eentje de sigarenwinkel. Mijn vader was nog maar vijf dagen oud, toen zij weduwe werd. En nu was zij ook nog eens haar twee zoons kwijt. Wat moet dat moeilijk zijn geweest. De brief geeft een goed beeld van haar gevoelens, haar verdriet en onzekerheid. Ze heeft hem uiteindelijk nooit aan mijn vader kunnen versturen.”

Na een familiereünie in 2015 kreeg Yvonne bovendien dagboekaantekeningen van haar oom Gerard, een broer van haar moeder, in handen. Ook hij was opgepakt bij de razzia in Rotterdam. Er waren daarnaast nog brieven van de familie aan hem bewaard gebleven. “Ik wilde iets doen met deze verhalen en besloot er een boek over te schrijven. Daarin belicht ik vooral ook de kant van de achtergebleven Rotterdamse vrouwen. Zij wisten niet waar hun mannen en zoons waren en wat ze deden, leefden in grote angst en spanning. Na hun thuiskomst zouden zij alsnog nooit werkelijk weten wat hun geliefden hadden meegemaakt. Het was de zwijgende generatie; over de oorlog werd niet gesproken. Ik, als tweede generatie, kan er met meer afstand mee omgaan en vertel het verhaal nu wél. Oudere mensen die het lezen, zeggen veel te herkennen. Mijn nichtje van 26 was blij dat ze nu eindelijk wist wat haar opa en oma hebben meegemaakt. Helaas heeft mijn vader het zelf nooit kunnen lezen, maar ik denk dat hij trots op me zou zijn geweest.”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren