Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 085 - 888 1881

ONS ‘BINNENSTE BUITENLAND’

De Waalkade in Nijmegen wordt vernieuwd. De werkzaamheden zijn reeds begonnen en in juli zal het huidige parkeerterrein plaats hebben gemaakt voor een, zoals dat wordt genoemd, ‘natuurlijke vrijplaats’. Auto’s zijn niet meer welkom, wandelende bezoekers des te meer.

De oudste stad van Nederland? Daar kan je nog een hele boom over opzetten. Is het Maastricht? Heerlen? Voorburg? Of toch Nijmegen? Het schijnt er vanaf te hangen welke definitie je toepast. Maar dan nog komen lieden die er jaren voor hebben doorgeleerd niet tot een eensluidende conclusie.

Nijmegen heeft één voordeel. Het heeft van al die ‘oudste’ steden de indrukwekkendste ‘oudste’ naam: Ulpia Noviomagus Batavorum. Dat weet ik van mijn vader. Die mocht tijdens de dis graag gewagen van het feit dat hij de Vierdaagse van Ulpis Noviomagus Batavorum meerdere keren had uitgelopen.

Dat klonk indrukwekkender dan hij bedoelde. Mijn vader had het niet zo op Nijmegen. Het was een stad waar de ‘kouwe kak’ naartoe ging, zei hij, de ‘Haagse Bluf’. Ik, die niet wist dat in de jaren dertig Neerlands haute volé bij voorkeur vakantie vierde in ons ‘binnenste buitenland’, begreep dat aanvankelijk niet. Nijmegen een topbestemming voor de high society? Dat komt, ik leerde het in de Tweede Wereldoorlog danig verwoeste Nijmegen pas kennen in de jaren zeventig. En dat was schrikken. Toen ik voor de eerste keer het station uitkwam, zag ik slechts een gigantisch, kaal plein waarop zelfs geen onkruid groeide. Laat staan bloemen. Daar schijnen ze nu wel iets aan te gaan doen, maar vooralsnog zet ik bij aankomst nog altijd meteen koers naar de Grote Markt.

Hart van de stad. Met in de schaduw van de Grote of St. Stevens kerk, naast een aantal heerlijke terrasjes ook een lief beeldje van Marieke van Nimwegen. Voor wie ik een ernstig zwak heb sinds meneer Van Houts (leraar Nederlands die onze literatuurklassieken zo vertelde dat je ze nooit meer vergat) mij en mijn medeleerlingen toevertrouwde dat ze zeven jaar lang in zonde had geleefd met de duivel, ofwel ‘Moenen met het ene oog. Van Houts met zichtbaar genoegen: “En die Moenen vrienden, die Moenen zag er niet uit. Hij had een etterende oogbal.”

Marieke keerde na jaren van boetedoening alsnog weerom in de schoot van God, maar deed dat in een klooster te Maastricht. Nijmegen, waar ze opgroeide, zag ze nooit meer terug. Ik weet niet of ze dat erg vond. Maar het moet bijna wel. Al is het maar om de omgeving. Je zal jezelf maar terugvinden in die schitterende Ooijpolder. In het tegen de Duitse grens aan schurkende Grafwegen. Op de onvermijdelijke Zevenheuvelenweg.

Of in het Filosofendal natuurlijk, waarvan je de naam alleen maar kunt begrijpen als je er bent. Opkijkend tegen de Duivels- en de Wylerberg. Noemde ik laatst de wandelroute door ’t Oerd (Ameland) de mooiste van Nederland? Oeps. Even niet aan die door het Filosofendal gedacht.

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren