Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 035 - 2019505

Goed gedraaid van poten en oren

Ik heb iets met de Vlaamse kust. En dan speciaal met De Haan. Een aanminnig, behaaglijk tussen de duinen weggedoken villadorp, dat al bij het eerste bezoek acuut doet denken aan een strand vol hoge rieten stoelen, ezeltje rijden langs de vloedlijn en pootje badende vaders die met losgeknoopt colbert, opgerolde broekspijpen en kale kuiten dapper de golven trotseren. Jawel, ook in De Haan dragen vaders tegenwoordig bermuda’s. Maar nog steeds hangt in het dorp het aroom van vervlogen tijden.

Komt door dat snoeperige, in art deco (slaoliestijl) opgetrokken tramstationnetje bij de ingang van het dorp. De zwaar, met torentjes, balkonnetjes en dakkapelletjes opgemaakte hotels. Mijn favoriete restaurant l’ Espérence met kok Rudy Frell achter de kachel en zijn gade Tine in de bediening. De blinkend witte, perfect onderhouden villa’s. De kromme, licht heuv’lende straatjes en lanen. Het bekoorlijke jaren-dertig-parkje (‘La Potinière’ – de Kletskous) met muziektent. En de badgasten natuurlijk.

Die sfeer zie je normaal gesproken alleen nog in films

Stille chique. Het type ik-heb-best-veel-geld-maar-waarom-zou-iedereen-dat-moeten-weten. Hier wordt op de talloze terrasjes bij de high tea geen taartje besteld, maar een petit four en het wachten lijkt vervolgens nog slechts op een strijkje dat achter in de salon de familie Schubert doorneemt. Maar er is geen strijkje. Wel de sfeer. Die je normaal gesproken alleen nog terugziet in films.

De Haan is bedacht. Eind negentiende eeuw. Koene entrepreneurs vonden dat er in de staatsduinen tussen Oostende en Blankenberge nog ruimschoots plaats was voor een nieuw dorp en de landeigenaar, de Belgische koning himself, was het nog met ze eens ook. Dus kwam er eerst een tramlijn, vervolgens een halte, daarna een hotel en uiteindelijk ook nog wat villa’s voor de stichters en hun vrinden. De rest is geschiedenis.

Alles klopt. De villa’s, het ruim bemeten groen daaromheen, de autovrije boulevard, de terrasjes, en – vooral niet te vergeten – dat verrukkelijke achterland, richting Brugge. Hoe noemen ze dat in Vlaanderen ook alweer? Oh ja: ‘Goed gedraaid van poten en oren.’

Reisjournalist Rob
van den Dobbelsteen schrijft iedere week een persoonlijk verslag van een mooi plekje in Nederland.

Meer informatie: www.dehaan.be/toerisme

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren