Dé gids voor radio, televisie en plezierig leven
Abonnementen service: 085 - 888 1881

Tuintrots

gelegen in een gezellige buurt. En als ik zo naar m’n bloemetjes kijk voel ik me net als een koning zo rijk.’ Bob Scholte zong dit lied in de jaren dertig op de radio.  Toen was een eigen tuin een bijzonderheid; tegenwoordig weten we haast niet beter. Menigeen legt zijn ziel en zaligheid in de aanleg van zijn trots.

Vier eeuwen geleden waren veruit de meeste woningen slechts voorzien van de eerste noodzakelijkheden, zoals een bedstee, een kookplaats, een secreet en misschien een schuurtje. Pas als een erf voldoende groot was, werd een moestuin aangelegd voor het kweken van eigen groente en fruit. Alleen de welgestelden hadden siertuinen op hun lusthoven, vaak gelegen net buiten de steden en dorpen. De opkomende industrie in de eeuwen daarna heeft dat beeld drastisch veranderd. Stadsuitbreidingen zorgden ervoor dat veel landerijen werden verkaveld voor het bouwen van huizen – de meeste met een tuin. Inmiddels heeft zo’n zeventig procent van alle woningen in Nederland een tuin. Etagewoningen en flatgebouwen moeten die luxe weliswaar ontberen, maar ‘balkonbewoners’ hoeven niet te treuren. Aan de balkons van menig flatgebouw hangen tegenwoordig fleurige bloembakken.

Praktisch, maar liever niet
Vorig jaar is in Nederland 3,6 miljard euro uitgegeven aan tuinverwante artikelen, waarvan 377 miljoen aan een- en meerjarige planten. Het aantal betegelde tuinen neemt duidelijk af; men is op zoek naar meer ‘beleving’ rondom het huis. De tuinbranche heeft daarop ingehaakt met allerlei leuke tuinextra’s die onder andere gericht zijn op bezoekjes van vogels, vlinders en bijen in de tuin. Ook de klimaatbestendige tuin krijgt steeds meer aandacht. “Gelukkig maar”, beaamt Intratuin-eigenaar Ton Uljee uit Barneveld, “want een stenen tuin kan heel fraai en praktisch zijn, maar met het veranderende klimaat vergt de waterhuishouding een aangepaste inrichting. Daarom promoten wij ‘minder steen, meer groen’. Grote plantvakken van één soort zijn een beetje uit. Je ziet steeds meer gemengde kleuren in de tuin.” Verder komt hij niet met zijn betoog, want een ouder echtpaar neemt hem op sleeptouw voor advies over de aanleg van een kruidentuin. Senioren zijn sowieso veel geziene klanten in tuincentra en op tuinbeurzen, want een tuin hoeft immers geen fysieke last te zijn. Het houdt je lekker in beweging.

‘Vijf tot zes uur per dag bezig’
Op een rustig plekje in het midden van ons land wonen Marien Lokhorst (88) en zijn vrouw Tiny (85). Marien: “Wij zijn hier 25 jaar geleden komen wonen. Ik had nog nooit getuinierd, want wij woonden in de oude smidswoning van mijn vader, middenin het oude dorp, zonder een stukje grond erbij. De tuin van onze nieuwe woning was nogal dicht beplant, met veel coniferen. Die heb ik veel opener gemaakt. Ik heb graag een beetje doorkijk. De plaatselijke hovenier heeft later een grote magnolia fors gesnoeid. De buren kwamen verschrikt aanlopen en eerlijk gezegd dacht ik zelf ook dat het nooit meer wat zou worden. Maar het volgende voorjaar kwamen de eerste nieuwe blaadjes er alweer aan. ‘Snoeien doet bloeien’, roept onze hovenier altijd. Verder probeer ik met eenjaarsspul een beetje kleur in de tuin te brengen. Per dag ben ik er nu vijf of zes uur in bezig. En bijna alles op mijn knieën, want dan krijg ik geen last van mijn rug. Ik ben heel precies, de tuin moet altijd schoon en mooi recht afgestoken zijn.”

‘Tegels en een gasbrandertje’
In de vogelwijk van het Noord-Hollandse Opmeer zijn de meeste tuinen kleurrijk begroeid. Tot drie jaar geleden hadden Ruud Schurink en zijn vrouw ook een siertuin bij hun huis, maar sinds ze ieder jaar met de camper door Europa toeren, hebben ze voor een minder onderhouds-gevoelige oplossing gekozen. “De buren vonden het niet leuk toen we de voortuin gingen bestraten, maar begrepen het uiteindelijk wel. Want als we terugkwamen van een reis, was het eerste wat je zag het onkruid. Dat is nu verleden tijd. Ik heb net een gasbrandertje aangeschaft, waarmee ik het onkruid tussen de steentjes heel simpel wegbrand. Kunnen we vanaf volgende week weer lekker lang op reis.”

‘We brengen kleur in de straat’
Renee van Rongen en haar man wonen op een van de meest pittoreske plekjes van Loenen aan de Vecht, pal naast de ophaalbrug. Het oude brugwachtershuis dateert uit circa 1772 en heeft geen tuin. Renee: “Dat was voor iemand die een paar jaar in ‘tuinparadijs’ Engeland heeft gewoond wel even wennen, want daar is mijn liefde voor de groentetuin gegroeid. Niets smaakte zo lekker als de eerste, zelfgekweekte courgette. Langs onze gevel heb ik allerlei kruiden en groensoorten staan in vaste bakken. Samen met de buren brengen we daarmee wat kleur in de straat. Gelukkig heb ik aan de rand van het dorp een groentetuintje kunnen bemachtigen. Er mag weliswaar niets op gebouwd worden, maar ik heb er toch een klein kasje neergezet. ‘s Winters dient onze huiskamer een beetje als broeikas, want dan liggen allerlei zaadjes hier ‘voor te trekken’ totdat ze geplant kunnen worden. Vorig jaar had ik een oogst van meer dan vijftig kilo tomaten.” Maar ook op het kleine platje naast haar huis, aan de oever van de Vecht, geniet zij elke dag van haar planten en kruiden. “Ik geef ze water met een putemmertje rechtstreeks uit de rivier, zoals dat eeuwen geleden ook al werd gedaan. Mijn tuintje is echt mijn redding, zeker toen ik revalideerde van een ernstig ongeluk. Ik vind er de rust die ik nodig heb.” Renee’s liefde voor tuinieren is er alleen maar door toegenomen. Zó veel zelfs, dat de idyllische woonplek sinds kort te koop staat om te worden ingeruild voor een huis met een grote tuin.

‘Minstens vijftig tuinkabouters’
Een van de vaste routepunten van het Open Tuinweekend in Baarn en Soest is de ‘kaboutertuin’ van Kees en Tinie Veerkamp. Sinds hun trouwen, 54 jaar geleden, wonen zij in het daglonershuisje van haar opa, dat zij huren van ‘het Paleis’. De grond is van de Koninklijke Familie en ligt pal naast het oude jachthuis van Koning Willem III. “Dit was vroeger het hondenhok”, vertelt Kees (80). Ik weet niet eens hoeveel grond erbij hoort, maar het is vast wel zo groot als een voetbalveld. Her en der in de tuin staan kabouters opgesteld. Tinies opa maakte ze zelf van porseleinscherven en cement. De oudste is van rond 1885. Wij hebben de traditie voortgezet. Ik weet niet eens precies hoeveel kabouters we nu hebben, maar minstens vijftig. Als we er een zien die we leuk vinden, nemen we hem mee, maar het is ook gebeurd dat er ‘s nachts een te vondeling werd gelegd. Onze tuin is echt een bezienswaardigheid geworden. Opa’s komen met hun kleinkinderen langs, omdat ze het nog weten van vroeger. Ach, het is wel leuk al die kabouters, alleen wérken doen ze niet voor ons!”

‘Elk jaar vijftig nieuwe plantjes’
Ferdy David (80) en zijn vrouw moesten 43 jaar geleden vanwege renovatie hun woning in Amsterdam-Oost verlaten. “Het was een piepklein poppenhuisje, maar wel met een tuintje waarin we wat kruiden en bloemetjes konden kweken. De gemeente Amsterdam bood een alternatief in de Bijlmer, maar dat leek ons niks. Wij vonden toen deze flat in Purmerend. Geen tuintje meer, maar vanaf het begin heb ik bakken met geraniums aan het balkon gehangen. Elk jaar koop ik zo’n vijftig nieuwe plantjes, maar wacht wel tot na de aanbiedingen, want dan is het vaak ‘Drie halen, een betalen’. We krijgen altijd veel reacties, vooral vorig jaar toen ik, vanwege een aangekondigde opknapbeurt van de balkons, wat minder geraniums had geplant. De buren klaagden: ‘Hé Ferdy, waar blijft de rest?’”

  Post & Mail

Wilt u reageren op de inhoud van MAX Magazine, een tv- of radioprogramma? Stuur dan een bericht naar MAX Magazine. De redactie maakt elke week een selectie en kort soms berichten in.

Reageren